Nieuws

Grotere letter Deze pagina doorsturen
Deze pagina afdrukken
22/12/09

Inleidende toespraak voorzitter KansPlus ALV 12-12-2009

Hieronder vindt u de inleidende toespraak gehouden door Hans Westenberg, voorzitter van KansPlus, Belangennetwerk Verstandelijk Gehandicapten. Deze toespraak is gehouden tijdens de algemene ledenvergadering op 12-12-2009.

Toespraak:

Geachte dames en heren, Beste Leden,

Als je een algemene ledenvergadering uitstelt moet er iets aan de hand zijn. En dat is er ook. Deze algemene ledenvergadering heeft, naast de gebruikelijke onderwerpen, in overwegende mate de toekomst van onze vereniging tot onderwerp. Wat is er dan aan de hand en waarom die paniek? Daarvoor is het nodig terug te gaan naar de wijziging in de subsidiesystematiek van wat ik maar gemakshalve het PGO-fonds zal noemen, ofschoon dit fonds feitelijk is opgehouden te bestaan en is overgegaan in een buitendienst van het ministerie van VWS.

Wij wisten dat wij vanaf 2009 met een subsidievermindering zouden worden geconfronteerd. De minister had echter gezegd dat die subsidievermindering goedgemaakt zou kunnen worden door het inschrijven op projecten, projecten waarvoor voldoende geld beschikbaar was om aan de in het veld levende verwachtingen te voldoen. Gelet hierop hadden wij in 2008 onze begroting weliswaar aangepast voor de korting van 10% op de subsidie die voor 2009 was te voorzien, maar hadden wij daarnaast goede hoop de nodige projecten binnen te halen. Bovendien waren wij ook van plan om gewoon subsidie aan te blijven vragen, zelfs meer dan de gebruikelijke subsidie omdat wij eigenlijk veel meer doen dan in de subsidiebeschikkingen staat vermeld.

Maar toen kwam het. Niet alleen kregen wij de aangevraagde hogere subsidie niet en werden wij bovendien op de aangekondigde wijze gekort op de basissubsidie, wij kregen ook nul op rekest ten aanzien van alle projectvoorstellen die wij hadden ingediend. Vijftien projectvoorstellen schrijven en indienen. U moest eens weten hoeveel werk daarin gaat zitten. En dat allemaal voor niets. Feitelijk is dat het beeld waarmee veel organisaties als de onze worden geconfronteerd. Wij hebben sterk de indruk dat alleen koepelorganisaties en een paar bevoorrechte organisatie hebben gescoord bij de projectvoorstellen.

Wat hebben wij toen gedaan? Wij hebben bezwaar aangetekend tegen het afwijzen van de aangevraagde reguliere, hogere subsidie. Dat bezwaar is inmiddels afgewezen. Er is beroep ingesteld. De uitkomst kan echter nog langer op zich laten wachten. Wij hebben ten aanzien van de afwijzing van de projectvoorstellen met een beroep op de wet Openbaarheid bestuur de onderliggende beraadslagingen van de Programmaraad opgevraagd. Die stukken gaven echter nauwelijks – en dan druk ik mij vriendelijk uit – inzicht in de beweegredenen tot afwijzing. Die waren merendeels gezocht. Waar wij wellicht op een enkel punt hadden moeten aanvullen was ons die gelegenheid ook niet geboden. Ook hier hebben wij bezwaar gemaakt, maar wij weten dat dit eerst in februari 2010 behandeld gaat worden.

Inmiddels waren wij begonnen met het opstellen van het jaarplan 2010 en de bijbehorende begroting. Wat te doen hiermee? Uitgaan van de situatie dat hij tij zich nog wel ten goede zou keren of toch maar met het ergste rekening houden? Het bestuur heeft er voor gekozen dit laatste te doen. Een doemscenario is niet leuk, zeker niet als dit scenario met zich kan brengen dat van personeelsleden afscheid zal moeten worden genomen. Maar wij moeten realistisch zijn. Er zijn in feite maar twee opties willen wij niet integraal afhankelijk worden van de subsidiegrillen van de overheid: drastisch verhogen van de contributie, een van de voorstellen die het bestuur u ook presenteert, of aanmerkelijk inkrimpen van een aantal activiteiten. Wij zullen het daar vandaag over moeten hebben.

Er rijzen in dit verband dan de nodige vragen, niet alleen bij u, ook bij het bestuur zijn die aan de orde geweest. Hadden wij dit alles kunnen voorzien? Wat wij wel konden voorzien is het (gestaag) teruglopen van het ledental met de daarbij behorende invloed op de contributieopbrengsten. Wat wij niet konden voorzien is dat na de fusie de familieverenigingen aarzelend tot afwijzend zouden gaan reageren op het individuele lidmaatschap terwijl zij bij de stemming over die fusie dit punt duidelijk onder ogen hadden gezien. Ook het bezoeken van vrijwel alle verenigingen door bestuursleden bracht hierin geen verandering. Slechts enkele familieverenigingen komen integraal over ofschoon het bestuur zich altijd op het standpunt heeft gesteld dat over de modaliteiten van dit overkomen te praten viel.

Op de noodzaak van ledenwerving is de afgelopen jaren regelmatig van bestuurszijde gewezen. Ik heb daaraan toegevoegd dat het landelijk bestuur niet zelf langs de huizen kan gaan. Ledenwerving is een lokale activiteit. Als men staat voor de vereniging zal men ook leden moeten werven. En helaas geeft de overheid geen geld voor een professionele ledenwerver. Bovendien moeten plannen in die richting gefundeerd zijn en een duidelijke opbrengst kunnen opleveren. Het bestuur gaat niet in zee met mensen die slechts op langere termijn enige ledentoename voorspellen.

Over de verenigingscontributie is ook bij gelegenheid gesproken. Verhogen kan altijd maar werkt bij verenigingen als de onze niet echt productief op het ledenaantal. Het is toch altijd weer voor mensen een reden op te zeggen of niet te betalen. Je kunt dan wel denken dat je voor een bescheiden bedrag een hoop krijgt: een behoorlijk periodiek, regelmatige nieuwsvoorziening, ondersteuning door een kennis & adviescentrum waarop menige vereniging jaloers is, ondersteuning van lokale activiteiten door datzelfde centrum als daarom wordt gevraagd, dat alles schijnt niet voldoende te zijn om te trekken. Ook het feit dat KansPlus met meer dan zekere regelmaat de kat de bel aanbindt, misstanden signaleert, regelmatig bij de minister of de kamerleden op de stoep staat spreekt klaarblijkelijk niet aan. Terwijl het toch een gegeven is dat men vanuit een afdeling minder makkelijk in Den Haag gehoor vindt voor ondervonden noden. Er is dus veel dat je via KansPlus kunt verkrijgen, maar het lijkt nog steeds niet genoeg om mensen over de streep te halen. In het verleden is er wel gesproken over deelnemen aan acties, inschakelen van bekende personen en dat soort zaken. Maar wordt men daarom lid? En voor de deelname aan acties is personeel nodig. En als u de jaarstukken gezien heeft, dan weet u dat er al een stuwmeer van verlofdagen ligt van datzelfde personeel.

Nu heeft de minister recent, begin december, in de kamer gezegd dat verenigingen die door het ijs dreigen te zakken een beroep op hem kunnen doen. Wij zullen dat zeker niet laten, maar menen wel dat wij zelf in de eerste plaats heldere keuzes zullen moeten maken. Wij kunnen niet ieder jaar langs deze weg subsidie zien los te peuteren. Nu weet ik ook dat op termijn in de subsidiesystematiek wellicht wijziging zal worden gebracht. Een gelijke subsidie als bijvoorbeeld voor zorgaanbieders. Maar dat walhalla is nog ver weg en wij kunnen er niet op speculeren het tot dat moment in ongewijzigde vorm vol te kunnen houden. Wij zullen dus maatregelen moeten nemen, maatregelen waarover wij vanmorgen verder zullen praten.

Een punt dat bij dit alles ook nog speelt is dat de verstrekkingen van het fonds verstandelijk gehandicapten, een behoorlijke inkomstenbron voor onze vereniging, al jaren onder druk staan. Het fonds heeft er voor gekozen om niet meer structurele activiteiten te financieren maar op projectbasis te gaan werken. Daarnaast zoekt het fonds aansluiting bij het revalidatiefonds, mogelijk om de machtsbasis en financiële middelen te versterken. Dat betekent dat waar wij in het verleden altijd ruimhartig voor dit fonds hebben gecollecteerd wij in feite van die inspanningen nauwelijks iets meer terug zien. Een reden om ons af te vragen of wij het fonds nog wel op collectiegebied moeten blijven steunen. Dit zeker ook omdat het fonds bezig is zich om te vormen tot, laat ik het maar zo zeggen, een soort belangenbehartigingsorganisatie. In feite dus een directe concurrent van KansPlus. Het bestuur staat niet te juichen bij deze acties van het fonds, maar in de gesprekken lijkt het fonds doof voor onze bezwaren. Men rept van een koerswijziging en de moderne tijd.

Na al deze ellende toch ook nog wat aandacht voor de reguliere activiteiten van onze vereniging. Wij waren rondom en na de begrotingsbehandeling nadrukkelijk present om bij de minister te pleiten voor het handhaven van de dagactiviteiten en de begeleiding waar nodig. Zeker ten aanzien van de licht verstandelijk gehandicapten moet de minister weten dat deze doelgroep juist, door hun kwetsbaarheid, veel steun nodig heeft. Het is bepaald niet zo dat de noodzaak van ondersteuning en begeleiding afneemt met het toenemen van het IQ om het maar eens plastisch te zeggen. Je zou haast zeggen integendeel. Ook logeerhuizen, een faciliteit die bij het afnemen van de mantelzorg wel eens hard nodig kan zijn, mogen in onze ogen niet op de tocht komen te staan.

Een ander punt waarvoor wij ons sterk blijven maken is een reëel inkomen voor de verstandelijk gehandicapten, of die nu werk heeft, via een sociale werkplaats inkomsten ontvangt of op een Wajong-uitkering is aangewezen. Het moet niet zo zijn dat er feitelijk nauwelijks geld overblijft om van te leven. De afgelopen jaren zijn instellingen er steeds meer toe over gegaan om kosten in rekening te brengen die voorheen niet werden gevraagd. Waskosten, kosten voor begeleiding bij vakanties, administratiekosten voor financieel beheer. Als je ziet wat er van de vrijgelaten gelden overblijft, dan is dat in feite maar een schimmetje. De staatssecretaris ziet dit anders. Zij wijst er op dat in meerderheid cliëntenraden akkoord zijn gegaan met het doorbelasten van kosten volgens de gehanteerde – in mijn ogen lang niet altijd duidelijke – maatstaven. Als dat zo is, dan zijn het vast niet bij VraagRaak aangesloten cliëntenraden geweest die dit hebben gedaan, want die raden hadden wel anders geweten.

Ik noemde VraagRaak. Het is toch doodzonde dat een dergelijk onderdeel van je vereniging teloor dreigt te gaan door gebrek aan subsidie. De minister vergoedt nog niet de helft van wat nodig is. En het werk van VraagRaak is bitter nodig. VraagRaak pleit er voor dat cliëntenraden een onafhankelijk, vrij te besteden budget krijgen. Niet dat zij bij de instelling een begroting moeten indienen en wachten of die goedgekeurd wordt. VraagRaak pleit voor professionele en onafhankelijke ondersteuning. Dat is iets anders dan dat een meneer of mevrouw in dienst van de instelling de agenda van de cliëntenraad bepaalt. VraagRaak ondervindt concurrentie van onder meer LSR, een organisatie die door subsidie heeft kunnen groeien. Maar ook een organisatie die nog steeds niet echt begrijpt dat je in deze sector een ander soort cliëntenraden nodig hebt dan in andere sectoren. Onze cliënten kunnen nu eenmaal moeilijk meepraten over een veelheid van onderwerpen. En dan is het een utopie om te denken dat je dat met een professionele begeleider (van wie?) wel kan.
En als ik dan kijk naar het congres ter gelegenheid van het tienjarig bestaan van VraagRaak. Naar de overweldigende deelname (wij moesten zelfs aanmeldingen weigeren), de inzet van de cliënten zelf daarbij en de veelheid van items die aan bod kon komen, dan zou het toch doodzonde zijn dat dit alles door geldgebrek zou moeten ophouden. Het is jammer dat de staatssecretaris dit congres niet kon of misschien beter wilde, openen. Zij had er heel wat van kunnen opsteken. Er is overigens een filmimpressie van dit congres die vandaag bekeken kan worden.

Verder zijn wij nog steeds bezig met de AWBZ-problematiek, de Wet Cliënten Zorginstellingen, de zorgzwaartepakketten en de financiering daarvan. Wij pleiten voor heldere zorg, terugdringen van de bureaucratie in de zorg, onnodige schakels, lagen van managers, topsalarissen, onroerend goed speculaties en dat soort zaken. Geld moet aan zorg worden besteed en het zou goed zijn dat duidelijk wordt wat de overhead bij die zorg is. Het zou best zo kunnen zijn dat de megafusies meer kosten dan dat zij opleveren. Wij pleiten ook voor behoorlijk toezicht op de zorg. Ieder jaar wordt het Kennis en Adviescentrum weer geconfronteerd met misstanden, variërend van bewoners die elkaar te lijf gaan, personeel dat zijn handen niet thuis kan houden of mensen die onbewaakt in bad worden gezet omdat een medewerker zo nodig moest bellen. Daar moet iets aan gedaan worden. In dat verband is het ten hemel schreiend dat, nadat KansPlus medio vorig jaar al op dit soort misstanden had gewezen, eerst eind dit jaar de staatssecretaris aarzelend met een onderzoek komt. Beter gezegd, zij wil dat er een onderzoekvoorstel komt. Wij willen veel meer dan dat, maar willen ook geld om het gedegen uit te kunnen voeren.

En ten aanzien van cliëntenraden willen wij naast een eigen budget ook duidelijke instemmingsrechten bij bijvoorbeeld bouwplannen en dat soort zaken. Het ziet er vooralsnog niet naar uit dat dit er zal komen. De VGN is in feite tegen en de andere cliëntenraadorganisaties zien het belang niet in. Zo vindt, als ik het goed heb, de LSR het prima dat er geen verzwaard adviesrecht komt voor bouwen. U zult begrijpen dat wij daar een tikje anders over denken.

U weet dat wij de landelijke collectieve belangenbehartiging in hoge mate hebben overgedragen aan het platform VG. Dat betekent niet dat wij met een gerust hart achterover kunnen leunen. Regelmatig moeten wij constateren dat het platform op een andere koers ligt dan wij als KansPlus zouden willen. Dit is aanleiding geweest het platform hier kritisch op te wijzen. Daarnaast geldt dat wij meer inspraak willen hebben in de jaarplannen van het platform. Dit jaar heeft het platform die nagenoeg zonder consultatie met het veld opgesteld. Dit is verdedigd met het, op zich juiste, feit dat de termijn voor indienen met één maand was vervroegd. Niettemin zou het prettig zijn geweest als het platform de moeite had genomen toch tot enige vorm van consultatie te komen.

Een punt dat ook slecht loopt is het komen tot een overkoepelende organisatie van alle koepels in de cure en care, NPCF, CG-Raad, beide platforms en ouderenorganisatie CSO. De laatste is al afgehaakt. Beide eerste organisaties kunnen nog steeds niet met elkaar door één deur. Wij hopen dat er niettemin op termijn hier voortgang kan worden geboekt. Het zou in het belang zijn van de hele sector. Aan de andere kant zullen wij, naar valt te vrezen, hierdoor nog meer buiten spel raken op het algemene beleid. Onze invloed neemt immers af.

U weet verder uit eerdere mededelingen daarover dat in het kader van de afwikkeling van de nalatenschap van de Federatie van Ouderverenigingen de curator ons een procedure heeft aangedaan. Inzet van die procedure was een vordering van ruim € 95.000,-- die de curator stelde dat wij de voormalige FvO schuldig waren. Wij zijn met de curator inmiddels tot zaken gekomen en de zaak is met hem geschikt op een bedrag van € 45.000,-- all in. Dat is globaal het bedrag dat wij ook voor de claim hadden gereserveerd. Op zich is dat resultaat bevredigend. Wij hebben bovendien de voormalige bestuurders van de FvO aangesproken om ons dit bedrag te vergoeden nu de vordering van de FvO in overwegende mate door hun nalatigheid en slordigheid is ontstaan. Die procedure loopt nog maar wij hebben goede hoop die binnenkort ook tot een einde te brengen.

Dames en heren, in deze bepaald lastige tijden past aan het slot van deze inleiding een woord van waardering en meer dan dat voor alle medewerkers van KansPlus. De bureau-organisatie weet wat er op het spel staat en dat er vandaag daarover wel eens ingrijpende beslissingen zouden kunnen vallen. Zelden heb ik medewerkers meegemaakt die niettemin onder deze voor hen ook persoonlijk lastige en ingrijpende omstandigheden bereid zijn gebleven hun taken consciëntieus en met inzet te vervullen. Het tekent hun betrokkenheid bij onze vereniging en ons werk. Ik vind dat hen daarvoor in ieder geval een groot compliment moet worden gemaakt.


Hans Westenberg
Voorzitter KansPlus

Overige actuele nieuwsberichten


Nieuwsarchief