Impressie themabijeenkomst ‘Anders organiseren van de belangenbehartiging van KansPlus’ en algemene (leden)vergadering KansPlus

Op zaterdag 21 november kwamen zo’n twintig leden van KansPlus, samen met het landelijk bestuur en medewerkers van het landelijk bureau, bij elkaar in ’t Hoge Licht in Driebergen-Rijssenburg. In de ochtend ging men met elkaar in dialoog over het anders organiseren van de belangenbehartiging van KansPlus in 2020. Uitgangspunt hiervoor vormde de presentatie die Marijke Kuperus op 6 juni gaf over het eigentijds organiseren in verenigingen.
Na een inleiding door landelijk bestuurslid Pouwel van de Siepkamp gingen de deelnemers in kleine groepjes met elkaar in gesprek door in verschillende rondes van steeds wisselende samenstelling telkens een andere vraag te bespreken.

IMG_6016 IMG_6018 IMG_6021 IMG_6036

Dit brainstormen leverde levendige gesprekken op. Na afloop zijn de ideeën verzameld en zullen deze door het bestuur besproken worden en op een later tijdstip teruggekoppeld worden naar de leden van KansPlus.

IMG_6074In de middag volgde de algemene ledenvergadering. Hierin werd onder andere de nieuwe ledengroepenindeling van KansPlus besproken. Ook werd José Laheij verwelkomd als nieuw lid van het landelijk bestuur van KansPlus.

 

Uitspraak Ondernemingskamer november 2015 Enquêterecht, goed bestuur en toezicht binnen de instelling, waaronder het respecteren van de WMCZ door een Raad van Toezicht (RvT) of Raad van Commissarissen (RvC).

Algemeen

Cliëntenraden die gegronde reden hebben te twijfelen aan de juistheid van het beleid van hun bestuurders of directeuren dan wel denken dat er sprake is van wanbeleid – en intern niet meer verder komen, er geen weg (meer) is naar de Landelijke Commissie voor Vertrouwenslieden of kantonrechter – kunnen een enquêteverzoek indienen bij de Ondernemingskamer van het Gerechtshof. Voorwaarde is nu wel nog dat de cliëntenraad is genoemd als één van de gerechtigden om dit te doen[1] . Al enkele keren hebben cliëntenraden succes gehad met het enquêterecht dan wel met het aankondigen van een dergelijk verzoek. De Ondernemingskamer kan zonodig ver gaan met het ingrijpen in het beleid van een instelling. Hoe belangrijk het enquêterecht kan zijn bleek begin november weer eens uit een uitspraak van de Ondernemingskamer. Dit naar aanleiding van een verzoek om een enquête door ABVA KABO FNV (die gerechtigd was hiertoe) en vervolgens een procedure “tot het vaststellen van wanbeleid” door het Meavita-concern, welke thuiszorg- en ouderenzorgorganisatie (deels) failliet ging en ontmanteld moest worden. De media besteedden gedurende de laatste twee tot drie jaar de nodige aandacht aan de rol van de bestuurders en toezichthouders. Dit mondde uit in een uitspraak van begin november 2015 waarin de Ondernemingskamer oordeelde dat de top van Meavita, inclusief de RvC, wanbeleid pleegde. Voor dat wanbeleid zijn de bestuurders en toezichthouders (hier commissarissen genoemd in plaats van toezichthouders in een RvT) verantwoordelijk.

Oordeel Ondernemingskamer

Enkele samenvattende oordelen over de bestuurders en de commissarissen:
– De fusie die werd aangegaan was onvoldoende doordacht (onder meer ten aanzien van het “besturen op afstand”) en onvoldoende uitgewerkt.
– De bij de fusie betrokken organen van de fusiepartners hebben het ernstige risico genomen, althans het risico vergroot dat op een of meer functies niet een geschikte bestuurder of commissaris zou worden benoemd.
– Voorzitter RvC Hermans – en in mindere mate ook het lid van de RvC Van der Veer – hebben hun medecommissarissen de belangrijke interne en externe signalen over het functioneren van de voorzitter van de Raad van Bestuur onthouden.
– De zittende RvC, en in het bijzonder voorzitter Hermans, hebben de aangetreden nieuwe leden van de RvC ten onrechte niet volledig over de bestaande problemen geïnformeerd.
– De concernbrede ambities van Meavita vergden bij uitstek centrale sturing. Die centrale sturing was er echter niet, althans onvoldoende.
– De rapportage van wezenlijke stuurindicatoren was in 2007 en de eerste helft van 2008 onvoldoende.
– Meavitagroep heeft niet tijdig gereorganiseerd in verband met de invoering van de WMO.

– Zonder de daarvoor vereiste verantwoorde voorbereiding (bijvoorbeeld zonder het noodzakelijke onderzoek) is besloten tot het opzetten van project “TVfoon”, een omvangrijk en voor werknemers en cliënten zeer ingrijpend project.
– Voor onderdelen van de besluitvorming ten onrechte niet (tijdig) het advies gevraagd aan haar centrale ondernemingsraad respectievelijk aan haar centrale cliëntenraad.
– De Raad van Bestuur heeft welbewust en in strijd met de interne regelgeving op basis van een gewrongen redenering het besluit tot het opzetten van het project respectievelijk het aangaan van de mantelovereenkomst niet ter goedkeuring aan de RvC voorgelegd.
– Ten onrechte heeft de RvC het overtreden van de interne regels en van de ‘Wet op de ondernemingsraden’ en de ‘Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen’ onbesproken gelaten. Daardoor is de RvC niet toegekomen aan de vraag of daaraan consequenties moesten worden verbonden, maar heeft hij integendeel voor het desbetreffende beleid decharge verleend.
– De RvB heeft de uitvoering van het project niet adequaat ter hand genomen.

 

Algemene overweging ten aanzien van het beleid en de gang van zaken bij het Meavita concern.

De Ondernemingskamer overwoog samenvattend het volgende. “Weliswaar moesten de bestuurders en toezichthouders in een bijzonder moeilijke periode opereren. Concurrentie werd ingevoerd, de AWBZ werd gewijzigd, de WMO werd geïntroduceerd, onbetaalde overproductie kwam te staan tegenover zorgplicht, er moesten (via aanbesteding) overeenkomsten worden gesloten met tientallen gemeenten, elk met eigen regels, enzovoorts. Deze en andere omstandigheden kunnen mogelijk een verklaring vormen voor minder gunstige ontwikkelingen in of slechte resultaten van een onderneming. Zij kunnen echter geen rechtvaardiging vormen voor de vastgestelde tekortkomingen. Integendeel, de bestuurders en toezichthouders van Meavitagroep en S&TZG/Meavita Nederland kenden die omstandigheden of konden ze – in ieder geval grotendeels – zien aankomen. Die omstandigheden vergden daarom extra aandacht en extra zorgvuldigheid van bestuurders en toezichthouders. De aandacht voor – voor het welslagen van de fusie en voor de gezondheid van de ondernemingen essentiële – taken schoot echter tekort, zoals ten aanzien van de voorbereiding en de uitvoering van de fusie, ten aanzien van de gemeenschappelijke inzet van de algemeen directeuren en ten aanzien van de financiële cijfers, en dat terwijl er wel veel aandacht (en financiering) was voor buitenlandprojecten. Het had ook op de weg van de bestuurders van respectievelijk Meavitagroep en S&TZG/Meavita Nederland gelegen om extra grondig te onderzoeken of het verstandig was om het project TVfoon te starten. En zo ja, dan hadden zij een zorgvuldige besluitvorming moeten volgen en de uitvoering van het project strak moeten begeleiden, terwijl toezichthouders bijvoorbeeld op geconstateerde schending van de regels omtrent de besluitvorming adequaat hadden moeten reageren. Om te experimenteren dan wel improviseren met het – financieel en organisatorisch ingrijpende – project waren de externe factoren inderdaad zeker niet geschikt. In ieder geval vormden deze en dergelijke omstandigheden voor het geconstateerde gebrek aan aandacht en voor de overige tekortkomingen, zoals ten aanzien van het schenden van governance- en medezeggenschapsregels, geen rechtvaardiging. De Ondernemingskamer concludeert: er was inderdaad een cumulatie aan moeilijke tot zeer moeilijke externe factoren. In plaats van die tegemoet te treden met extra zorgvuldigheid en aandacht, vervielen bestuurders en toezichthouders in een cumulatie”.

Zoals u wellicht al bekend is uit de media zullen nu nog vervolgprocedures gevoerd worden om de precieze schade vast te stellen die op de bestuurders en commissarissen (op hen persoonlijk, al of niet via de schadeverzekeraar van Meavita) zal worden verhaald.

De Raad van Toezicht en WMCZ

We gaan hierbij verder niet in op het geheel van de zaak, maar wel is van belang nog te constateren dat niet alleen de bestuurders en directeuren naar behoren dienen te functioneren, en waar een cliëntenraad hen altijd op kan aanspreken. Maar ook wordt zeer benadrukt dat toezichthouders hun werk naar behoren dienen te doen. Dat geldt ook voor het toezicht op het respecteren van de WMCZ. Een RvT of RvC is immers van groot belang indien de bestuurders of directeuren de WMCZ -rechten van cliëntenraden respecteren. De RvT kan bij een conflict immers een laatste interne boei zijn om conflicten adequaat op te lossen.

 

Indien u ziet dat de WMCZ niet loyaal wordt toegepast en u kunt daarover geen overeenstemming krijgen met de bestuurders of directeuren raden wij u zeer aan de RvT of RvC schriftelijk en mondeling aan te spreken op de verantwoordelijkheden die zij hebben bij het toezicht op goed bestuur en de realisatie van goede zorg. Ook wanneer het het respecteren betreft van de WMCZ (onderbouwde adviezen, recht op informatie, recht op overleg alvorens en beslissing genomen wordt bij gewoon advies, respecteren verzwaard adviesrechten, geen terloopse wijzigingen zonder adviesaanvragen, etc.). Ook deze uitspraak wijst er op dat u de RvT of RvC kunt aanspreken op de toezichthoudende rol.

 

[1] De Minister van VWS heeft gelukkig in een brief aan de Tweede Kamer van 22 januari 2015 aangekondigd dit recht wettelijk te gaan verankeren voor de cliëntenraden. Zij zijn dan niet meer afhankelijk van het wel of niet opnemen van dit recht in de statuten.

Poging Tweede Kamer positie cliëntenraden te versterken, opnieuw vertraging vernieuwing WMCZ

Op 28 januari, 15 juni (twee berichten) en 9 september 2015 informeerden wij u over de plannen van de Minister van VWS om de Wet Medezeggenschap Cliëntenraden Zorginstellingen (WMCZ) te vernieuwen en het aanstaande wetgevingstraject. De Minister is van plan het enquêterecht uitdrukkelijk aan cliëntenraden vast te keggen, voor cliëntenraden instemmingsrecht in te voeren (in plaats van verzwaard adviesrecht) over alle onderwerpen die de directe leefomgeving raken, alsmede de Inspectie op de Volksgezondheid in het vervolg ook de juiste toepassing van de WMCZ te laten toetsen bij de inspecties. Al 15 jaar wordt door achtereenvolgende kabinetten geprobeerd de positie van de cliëntenraden te versterken. De Minister beloofde voor het zomerreces een wetsontwerp in te dienen.

Op 10 november jl. werd door de Tweede Kamer – door Lea Bouwmeester (PvdA) en Carla Dik-Faber (Christen Unie) ingediend ten behoeve van de begrotingsbehandeling VWS) – een motie aanvaard waarin de regering verzocht wordt in het wetgevingstraject mee te nemen dat de zeggenschap van verzekerden, patiënten en cliënten bij hun zorginstelling en hun verzekeraar wordt vergroot. Dit door hen onafhankelijk te laten verkiezen en hun zeggenschap te geven over de dienstverlening en kwaliteitsbeleid, waarbij ook ondersteuning en financiering beschikbaar zijn. Op zich een goede zaak dat de Tweede Kamer poogt nog een tandje verder te komen dan al aangekondigd door de Minister en ook dat zo mogelijk de invloed van cliënten en patiënten bij de zorgverzekeraars verbeterd gaat worden zo. Wij moeten ons echter realiseren dat de Minister de motie ontraadde.

Bij brief d.d. 16 november jl. berichtte de Minister de Tweede Kamer echter dat zij nu eerst advies gaat inwinnen bij “een aantal onafhankelijke, gezaghebbende personen en/of instellingen”. Zij verwacht de uitkomsten hiervan voor de zomer 2016 naar de Tweede Kamer te zenden. Dit “betekent dat ook ten aanzien van het wetsvoorstel WMCZ vertraging zal optreden”.

KansPlus/VraagRaak is daar zeer teleurgesteld over. Tot nu wilde de Minister het wetsontwerp vóór de zomer indienen. Het lijkt er op dat het nu minstens in de loop van het najaar gaat gebeuren. Wij berichtten u op 15 juni jl. al dat onzes inziens in ieder geval een tijdige afhandeling door Tweede Kamer, dus vóór de start van de verkiezingsperiode begin 2017 moeilijk zou worden: “wetsontwerpen moeten ambtelijk nog gemaakt worden, raadplegingen moeten nog over de precieze tekst plaatsvinden en ontwerpen afgestemd met andere ministeries, de Raad van State moet nog adviseren en een wetstraject in de Tweede Kamer kan snel een jaar duren. Daarna is nog de Eerste Kamer aan zet en niet uitgesloten is dat deze er anders over denkt. Al twaalf jaar zijn opeenvolgende kabinetten doende met voorstellen ter verbetering van de positie van de cliëntenraden maar na elk aantreden van een nieuw kabinet worden de oude voorstellen weer afgeblazen”. Het lijkt er dus alleen maar moeilijker op te worden. VraagRaak hoopt echter met de collega-organisaties LSR, LOC en NCZ er alles aan te doen om in de komende consultaties – naast de meer inhoudelijke reactie – van het veld de aangekondigde vertraging zoveel mogelijk te beperken.

Link: Brief Minister Schippers 16 november 2015

 

Videoverslagen webinars KansPlus

Het webinar van 9 december ‘Hoe verzamelen we informatie via sociale media’ is te volgen via https://youtu.be/hD1X0A3ipsI

Het webinar van 17 november ‘Optrekken met Wmo-raden/adviesraden sociaal domein’ is te volgen via https://youtu.be/rkbeC6_E70s

Het webinar van 11 november ´Bijeenkomsten om te starten met belangenbehartiging´ is te volgen via https://youtu.be/0p9jDPQXJQA .

Het webinar van woensdag 28 oktober over ‘Waar gaat de gemeente over? is te bekijken via https://youtu.be/SZRDCK0oUbw

Het webinar van 14 oktober waarin twee belangenbehartigers geïnterviewd werden over hun kennis en ervaring op het gebied van belangenbehartiging is te volgen via https://youtu.be/RbmVjY0QfI0

 

Derde Voortgangsrapportage hervorming langdurige zorg

Voorafgaand aan het begrotingsdebat stuurde Staatssecretaris Van Rijn nog een brief met deze Voortgangsrapportage naar de Tweede Kamer. In die rapportage worden veel onderwerpen over (knelpunten bij) de uitvoering besproken. Bij die brief zitten als bijlage ook andere rapporten. Onder meer over ‘eigen bijdragen voor algemene voorzieningen in de Wmo 2015’ (link), over ‘vernieuwing in de dagbesteding ’ (link), over ‘ontvangen signalen over knelpunten’ (link) en over ‘afgegeven CIZ-indicaties in het eerste halfjaar 2015’ (link).

Nationaal Zorgnummer

Het Nationale Zorgnummer is een initiatief van Ieder(in), Landelijk Platform GGz en Patiëntenfederatie NPCF.

Het Nationale Zorgnummer is tot stand gekomen in het project ‘PG werkt samen’, waarin de drie koepels intensief samenwerken. Het streven is om de stem van mensen die zorg en ondersteuning nodig hebben krachtig te laten klinken. Doelstellingen zijn onder meer:

  • de telefonische bereikbaarheid vergroten voor mensen (cliënten, familie) met een vraag, klacht of melding op het gebied van zorg, ondersteuning en participatie;
  • de wijze van registratie van vragen en antwoorden uniformeren;
  • issues waar veel vragen of zorgen over zijn als input gebruiken voor belangenbehartiging.

https://iederin.nl/nieuws/17684/het-nationale-zorgnummer-gelanceerd-/

Aanmelden congres “Zorg voor Leven in Vrijheid’ voor cliëntenraden in de gehandicaptensector op 11 december in Driebergen

Ieder mens maakt keuzes in zijn leven. Eigenlijk de hele dag door. Maar hoe vrij zijn cliënten in de keuzes die ze maken? Wordt hierover gesproken binnen de instelling? Vrijheid is een kostbaar goed voor iedereen. Een belangrijk onderwerp om op de agenda van de instelling te zetten. De cliëntenraad kan hier een rol in spelen.
Congres cliëntenraden 11 december 2015
Congres cliëntenraden 11 december 2015 Picto

banner congres

Veranderingen in de zorg in makkelijk Nederlands

De veranderingen in de zorg zijn ingewikkeld. Ledengroepen, cliëntenraden en familieverenigingen kunnen samen met Zorg Verandert bijeenkomsten organiseren voor iedereen die graag in makkelijk Nederlands praktische informatie krijgt over de veranderingen. Op die manier kunt u uw achterban helpen, krijgt u inzicht in wat de veranderingen betekenen in de praktijk, en kunt u signalen en knelpunten inventariseren.

Zorg Verandert heeft twee verschillende bijeenkomsten in makkelijk Nederlands: een voorlichtingsbijeenkomst en een dialoogbijeenkomst.
Lees hier meer informatie over de twee soorten bijeenkomsten: Zorg Verandert in makkelijk Nederlands

Aanmelden kan via info@kansplus.nl of via 030-2363744

 

Uw zorgverzekering

Wist u dat de zorgverzekering verplicht is? Wist u dat u altijd geaccepteerd moet worden voor een basisverzekering? Wist u dat een zorgverzekeraar een zorgplicht heeft om u de zorg uit de basisverzekering te geven die u nodig heeft? Wist u dat u uw basisverzekering bij de ene verzekeraar kunt hebben en uw aanvullende verzekering bij de andere? Wist u dat uw polis elk jaar anders kan zijn terwijl u zelf niets verandert?

De meeste mensen weten dat het in Nederland verplicht is om een zorgverzekering te hebben. En bijna iedereen merkt tegen het einde van het jaar dat er op dat onderwerp wat te kiezen valt. Zorgverzekeraars en vergelijkingssites informeren u over premies en polissen voor het komende jaar. Dat is het moment om kritisch te kijken of u de polis heeft die het beste bij u past.

Maar wat zijn nu eigenlijk uw rechten en plichten? Waar moet u op letten? Waarom?

Lees hier meer: Artikel Zorgverzekering VWS