Kamervragen over medezeggenschap in zorginstellingen

Een recente uitspraak van de Hoge Raad over de medezeggenschap bij Lunet zorg (zorg voor mensen met een beperking) in Brabant heeft geleid tot Kamervragen. De fracties van de ChristenUnie en de PvdA willen graag weten welke gevolgen de uitspraak van de Hoge Raad heeft voor cliëntenraden in het hele land.
Op 16 december 2016 deed de Hoge Raad een uitspraak over de medezeggenschap bij Lunet zorg. Dit was vanwege een geschil tussen cliëntenraden en de Raad van Bestuur. De laatste wilde de medezeggenschap anders indelen. Niet meer op lokaal niveau, maar verdeeld over de ‘sectoren’ van zorg. Na zaken bij de kantonrechter (gelijk voor Lunet zorg) en het gerechtshof (gelijk voor de cliëntenraden) oordeelde de Hoge Raad dat Lunet zorg geen lokale cliëntenraden in stand hoeft te houden. Daarbij baseerde de Hoge Raad zich op de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen en de omschrijving van begrip ‘instelling’. Via deze link kunt u de uitspraak van de Hoge Raad lezen.

Volgens de letter van de wet is de definitie van een ‘instelling’ namelijk gekoppeld aan een WTZi-toelating. Zo’n toelating is nodig om zorg te verlenen. De toelating wordt vaak op concernniveau verleend: daar vallen meerdere locaties en sectoren onder. Lunet zorg heeft 1 WTZi-toelating. En zou in theorie maar één cliëntenraad in stand hoeven houden. De Hoge Raad heeft daarmee de letter van de wet gevolgd. Maar volgens de geest van de wet moet medezeggenschap zo lokaal mogelijk vormgegeven worden. Die geest is in de wet verloren door aanpassingen die sinds 1996 zijn doorgevoerd. En daar is deze uitspraak nu het gevolg van.
De uitspraak van de Hoge Raad betekent niet dat zorgaanbieders zomaar cliëntenraden kunnen opheffen. Een eenzijdig bestuursbesluit is niet mogelijk. Dat heeft het ministerie ook bevestigd in haar antwoord.

De Kamerleden Carla Dik-Faber (ChristenUnie) en Lea Bouwmeester (PvdA) willen weten wat deze uitspraak betekent voor bestaande cliëntenraden. Zo vinden de CU en PvdA dat medezeggenschap zo lokaal mogelijk moet plaatsvinden. De ontwikkeling moet zelfs zo zijn dat er sprake is van zeggenschap voor mensen die zorg krijgen. Waarbij cliëntenraden aparte budgetten en ondersteuning krijgen.
Daarnaast zijn de twee fracties benieuwd naar eventuele maatregelen die minister Schippers wil nemen. Om ervoor te zorgen dat de bestaande tekortkoming in de Wmcz wordt gerepareerd. Ook vragen ze of de nieuwe Wmcz zo snel mogelijk naar de Tweede Kamer gestuurd kan worden.

De volledige vragen en antwoorden kunt u hier lezen: