LNKO Terugblik op 2009 (02-02-2010)

De Beraadsgroep community care stelde in 1998 aan de Staatssecretaris voor om uiterlijk 2010 alle instellingen gesloten te hebben. Maar de Tweede Kamer was het eens met de bezwaren van het LNKO, waardoor de Staatssecretaris stopte met deconcentratiedwang.

Dat succes viel in de praktijk tegen omdat instanties toch vaak belemmeringen opwierpen tegen de keuze voor een terreininstelling. Veel inzet was nodig om die belemmeringen op te heffen. Een belangrijke stap in de goede richting was dat in de Wet Toelating Zorginstellingen (WTZi) werd opgenomen (maart 2005) dat in de gehandicaptensector bij bouwplannen een geobjectiveerd leefwensenonderzoek verplicht is. Een steun in de rug werd ook geleverd door veel (wetenschappelijk) onderzoek waaruit blijkt dat integratie in de samenleving niet tot stand komt (behalve voor het hogere niveau ).

Ondanks positieve ontwikkelingen, komt bij meerdere zorgaanbieders het wonen op een beschermd instellingsterrein in het gedrang. Er is marktwerking ingevoerd met als gevolg dat grond van instellingen wordt aangeboden aan projectontwikkelaars, die er een financieel gunstiger bestemming voor vinden. Het belang van de daar wonende verstandelijk gehandicapten is daaraan ondergeschikt, zij worden naar elders gemanipuleerd. Vaak wordt op zo een terrein dan een gemeentelijke woonwijk gevestigd. Men spreekt van “omgekeerde integratie” als een aantal oorspronkelijke bewoners op dat terrein blijft wonen. Bij naar verhouding veel niet-gehandicapten op het eertijds beschermde terrein, komt de mobiliteit van de oorspronkelijke bewoners evenzeer in de knel als bij uitplaatsing naar de gewone samenleving. En integratie komt er evenmin.

Deze ontwikkelingen gebeuren zonder behoorlijke uitvoering van het wettelijk verplichte leefwensenonderzoek. De wet wordt dus overtreden en de overheid grijpt niet in. Zorgbestuurders beroepen zich vaak op zorgplannen, waar alle informatie in zou staan. Maar de gezamenlijke zorgplannen zijn niet geschikt als leefwensenonderzoek; ze vallen onder de privacyregels. Het is niet transparant. Ook het begrip “wooncarrière” werd vernomen als deconcentratie-argument. Veel vragen zijn over deze gang van zaken al afgevuurd op de Staatssecretaris van VWS. Maar steeds nul op request; zij praat gewoon de betreffende zorgbestuurders na.

Het toezicht op deze Kafka-achtige toestanden door de Inspectie schiet schromelijk tekort. Na een diepgaand onderzoek (bijna twee jaar) door de Nationale Ombudsman verscheen op 3 december 2009 zijn rapport: “De Inspectie voor de Gezondheidszorg: een papieren tijger?”. Het onderzoek betreft klachten uit vier instellingen, waaronder Sherpa in Baarn, waar problemen als gevolg van opgedrongen community care hoog opgestapeld liggen. Alle klachten dienaangaande bij Sherpa, zijn door de Nationale Ombudsman gegrond verklaard. Het rapport zal in februari 2010 worden besproken in een plenaire zitting van de Tweede Kamer. Het LNKO werkt nauw samen met de Initiatief Groep Beschermd Terrein Sherpa (IGBTS). Onder verwijzing naar het rapport van de Nationale Ombudsman zal het LNKO zich in januari 2010 opnieuw, aangaande het leefwensenonderzoek, richten tot Koningin Beatrix, de Staatssecretaris van VWS en de Vaste kamercommissie voor VWS.

Ondanks de herhaalde uitspraken over keuzevrijheid door de Staatssecretaris en het verplichte geobjectiveerde leefwensenonderzoek in de WTZi, is het dus voor zorgbestuurders mogelijk om aan het beschermde terrein een andere bestemming te geven. En dat gebeurt ook. Er is geen landelijk overzicht, wel zijn er incidentele berichten en een steekproef bij 12 instellingen (november 2007).
Hoe kan die voortsluipende ontwikkeling worden gestopt? De overheid laat het schandelijk afweten. Hierdoor hangt alles af van de belangenbehartigers ter plekke. Gelukkig zijn er diverse voorbeelden dat verzet van de belangenbehartigers succesvol was en plannen werden ingetrokken. Dat hangt ook af van de mate waarin bestuurders uiteindelijk toch bereid zijn keuzevrijheid te erkennen. Bij Sherpa is dat duidelijk niet het geval. De indruk is dat in veel gevallen het de belangenbehartigers niet lukt om substantieel verweer te bieden. Daar komt ook veel bij kijken. Men is ook bezorgd dat hun familielid / bewoner er de dupe van wordt. Vandaar soms het verzoek om geen melding te maken van wat er bij hen gaande is.

P.L. Schuerman (informatieverzorging en archivering LNKO)
E-mail pl.sch@planet.nl Internet www.lnko.nl

Geplaatst 02-02-2010 door LNKO, Piet Schuerman