Jaaroverzicht KansPlus 2019

Met gepaste trots publiceren wij het jaaroverzicht 2019 van het landelijk bureau van KansPlus/VraagRaak en de rapportage van het Kennis- en adviescentrum.
Het betreft deze keer een conceptversie omdat het jaaroverzicht nog door de algemene (leden)vergadering moet worden goedgekeurd. Door de coronacrisis hebben we deze vergadering uit moeten stellen tot een datum later in 2020.

Het jaaroverzicht is opgebouwd langs de lijnen van het strategisch beleidsplan 2019-2023. Het strategisch beleid bestaat uit zes bouwstenen.
In 2019 stond de versterking van de dienstverlening centraal, maar dit is niet los te zien van een inhoudelijk heldere koers. De zes bouwstenen zijn: 1. Versterking van de dienstverlening 2. Een dynamische organisatie met ruimte voor ontmoeting en het delen van ervaringen 3. Een inhoudelijk herkenbare koers met een aantal speerpunten 4. Lokale belangennetwerken 5. Samenwerking 6. Zorg voor medewerkers.

Ook in 2019 hebben het bestuur, directie, medewerkers en vrijwilligers samen met onze individuele leden (ouders, broers, zussen, andere naasten), de ledengroepen, de cliëntenraden en de familieverenigingen samengewerkt aan onze missie: het creëren van een waardevol leven voor mensen met een verstandelijke beperking. We hebben mooie resultaten behaald en hebben op vele fronten van ons laten horen.

Via deze link kunt u het jaaroverzicht 2019 van KansPlus-VraagRaak lezen. Ook dit jaar is er weer een samenvatting gemaakt van het jaaroverzicht. Deze kunt u hier lezen en downloaden.

CONCEPT_jaaroverzicht KansPlus 2019_def

Jaaroverzicht_kansplus2019_samenvatting

Publicatie handreiking Wmcz 2018 en modelmedezeggenschapsregeling

KansPlus heeft samen met het Landelijk Steunpunt (mede)zeggenschap (LSR) en de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN) een handreiking Wmcz 2018 en een model medezeggenschapsregeling ontwikkeld.

De Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen 2018 (Wmcz 2018) treedt op 1 juli 2020 in werking. Vanaf dat moment moeten zorgaanbieders onder andere aan de slag met het organiseren van inspraak (artikel 2). Vanaf 1 januari 2021 moeten zorgaanbieders en cliëntenraden gaan werken met de nieuwe medezeggenschapsregeling. De handreiking en de modelregeling bieden een handvat hiervoor.

Samenwerking

KansPlus, LSR en de VGN hebben de handreiking gezamenlijk opgesteld. Hiervoor zijn vragen, wensen en ideeën opgehaald bij cliënten, verwanten en zorgaanbieders. Onder andere tijdens een werkconferentie, op het congres cliëntenraden en tijdens verschillende ledenbijeenkomsten van de VGN. Er is vanuit verschillende perspectieven naar de implementatie van de Wmcz 2018 gekeken.

Handreiking

In de handreiking wordt de inhoud van de Wmcz 2018 beschreven. Ook staan de belangrijkste verschillen tussen de Wmcz en de Wmcz 2018 in de handreiking. De handreiking is gemaakt voor bestuurders, medewerkers en leden van (centrale) cliëntenraden die zich voorbereiden op de overgang van de Wmcz naar de Wmcz 2018.

Model medezeggenschapsregeling

Organisaties hebben tot 1 januari 2021 de tijd om met hun cliëntenraden een medezeggenschapsregeling af te stemmen, waarbij de cliëntenraad instemmingsrecht heeft. Het model medezeggenschapsregeling geeft aan hoe je de onderwerpen vanuit de Wmcz 2018 kunt regelen. Het model zegt hoe het kan en niet hoe het moet. Zorgorganisaties en cliëntenraden kunnen uiteraard eigen keuzes maken.

In de modelregeling staan twee varianten. Eén modelregeling voor de cliëntenraad. Dit model gebruik je wanneer je één cliëntenraad hebt, of voor een decentrale / lokale cliëntenraad. Het tweede model is voor de centrale cliëntenraad. Dit model kan ook gebruikt worden voor andere koepelraden zoals een divisieraad of een regionale cliëntenraad. Bij elk artikel in de modelregeling staat een toelichting.

Inspraak

Inspraak is een nieuw onderdeel van de wet. Het regelen van inspraak is verplicht voor zorgorganisaties met cliënten die langdurig verblijven. De wet schrijft niet voor hoe je dat doet. Zo kunnen zorgorganisaties op hun eigen manier inspraak regelen die het beste past bij de organisatie en de doelgroep.

Begin 2020 is er een handreiking inspraak en een samenvatting gepubliceerd. De handreiking en eenvoudige samenvatting zijn hier te downloaden: https://www.kansplus.nl/produkten-en-diensten/publicaties/handreiking-inspraak-in-de-wmcz2018/

Coulance bij de implementatietermijn

Een aantal organisaties (VGN, LOC, ActiZ, GGZ Nederland, Zorgthuisnl en Jeugdzorg Nederland) hebben in april uitstel gevraagd met betrekking tot de implementatie van de nieuwe Wmcz 2018 voor de zorgorganisaties die door de coronacrisis nog niet in alle opzichten aan de wet voldoen. De minister heeft geen expliciet uitstel verleend voor de implementatie van de medezeggenschapsregelingen. De minister en de Inspectie gezondheidszorg en jeugd (IGJ) geven aan dat er coulant wordt omgegaan met de implementatie van de wet. KansPlus/VraagRaak is tevreden dat de Wmcz 2018 op 1 juli gewoon van kracht wordt.

Model medezeggenschapsregelingen_15 juni 2020

Handreiking Wmcz 2018_15 juni 2020

Wmcz 2018 Wettekst

Resultaat gesprekken over ontheffing familie uit beschermingsbewind

In de media kwamen eind 2019 verontrustende berichten binnen; zorgaanbieders stappen naar de rechter om lastige families die tevens mentor zijn, uit hun rol te ontslaan en een andere mentor te benoemen. Volgens de media zou het om enkele duizenden verzoeken van zorgaanbieders gaan. In de publiciteit werd vooral de aandacht gelegd op het mentorschap. De procedures met betrekking tot benoeming en ontslag van een curator zijn gelijk aan die voor een mentor of bewindvoerder. Dus curatoren en bewindvoerders kunnen bij onenigheid met een zorgaanbieder in een vergelijkbare positie komen als een mentor.

Naar aanleiding van de berichten in de media hebben KansPlus, Sien en Ieder(in) brieven gestuurd naar het ministerie voor Justitie en Veiligheid, de Raad voor de rechtspraak en de VGN.  Zie onze eerdere berichtgeving hierover op https://www.kansplus.nl/2020/01/01/brieven-kansplus-sien-en-iederin-aan-relevante-organisaties-inzake-ontheffing-familie-uit-beschermingsbewind/ .

Inmiddels zijn ook gesprekken gevoerd met vertegenwoordigers van de Raad voor de rechtspraak en de VGN.

Uit deze gesprekken komt het volgende beeld naar voren:

Er komen inderdaad verzoeken vanuit zorgaanbieders bij de kantonrechter om een mentor of bewindvoerder voor een client aan te stellen. Bij de meeste verzoeken gaat het om situaties waarbij er nog helemaal geen wettelijke vertegenwoordiger is voor een cliënt. We vinden het terecht als een zorgaanbieder hier het initiatief in neemt.

Vanuit de zorgaanbieders is er een beperkt aantal aanvragen waar het gaat om het ontslaan van een huidige mentor en het benoemen van een nieuwe.

Een nieuwe mentor kan om twee redenen worden benoemd:

  1. De huidige mentor voert zijn of haar taken niet goed uit. Bijvoorbeeld: hij/zij is nooit of niet goed bereikbaar, onderhoudt geen of nauwelijks contact met de cliënt, laat (vaak) verstek gaan bij besprekingen over de cliënt. In deze gevallen vinden wij het terecht dat de zorgaanbieder naar de rechter gaat. Het is in het belang van de cliënt dat hij/zij een goed functionerende mentor heeft.
  1. In een klein aantal gevallen gaat het om situaties waarbij er sprake is van een ernstig verstoorde relatie en/of vastgelopen meningsverschillen tussen de zorgaanbieder en de mentor. We vinden dat dit nooit een reden mag zijn om de mentor te ontslaan, zeker niet als het gaat om een naaste verwant. Ontslaan van de verwant als mentor lost het probleem in de relatie niet op, de tegenstellingen zullen zich eerder verscherpen.

Raad voor de rechtspraak

De gangbare procedure zoals die ons door de raad voor de rechtspraak is uitgelegd is de volgende:

  • Als een verzoek wordt ingediend om een mentor aan te stellen, kijkt de rechter eerst of er in de naaste familie van de cliënt iemand is die deze rol kan en wil vervullen. Ook wordt aan de cliënt zelf, als deze hiertoe in staat is, gevraagd wat hij/zij er van vindt om een mentor te krijgen en wie dat dan zou moeten zijn.
  • Vaak komen cliënt en familie samen bij de rechter. Als de rechter vermoedt dat de cliënt zich in dat gesprek niet vrij kan uiten, kan de rechter besluiten voor te stellen even apart met de cliënt te praten.
  • Als dat niet het geval is, wordt aan degene die het mentorschap aanvraagt, gevraagd met een voorstel te komen wie tot mentor benoemd kan worden.
  • Als een verzoek bij de rechtbank komt om een reeds aangestelde mentor de ontslaan en een nieuwe te benoemen, wordt altijd eerst contact opgenomen met de betrokken mentor om diens verhaal te horen. Ook wordt indien mogelijk door de rechter met de cliënt zelf gesproken. De rechter kan op basis deze gesprekken besluiten verder onderzoek te doen naar de redenen voor het ontslagverzoek.
  • Als een mentor ontslagen wordt, krijgt hij/zij hiervan altijd een beschikking waartegen in beroep gegaan kan worden.

De rechters geven aan het absoluut onwenselijk te vinden om een mentor/verwant uit de rol van mentor te ontslaan vanwege een verstoorde relatie met de zorgaanbieder en vastgelopen meningsverschillen over wat voor een cliënt goed is. Toch kan het voorkomen dat de rechter van mening is tot een dergelijk besluit te moeten komen, waar dus altijd bezwaar tegen kan worden aangetekend.

Reactie cliëntenorganisaties

Op zich ziet deze procedure er zorgvuldig uit. Een belangrijke aanvulling moet echter zijn dat een ontslagverzoek vanwege een verstoorde relatie en vastgelopen meningsverschillen, alleen in behandeling mag worden genomen als hier een zorgvuldig mediation traject aan vooraf is gegaan. Ook vinden we dat, indien een familielid het mentorschap ontnomen wordt, in de beschikking moet worden opgenomen dat de nieuwe mentor al het mogelijke moet doen om de relaties in de driehoek cliënt – familie – zorgverleners te verbeteren. De vertegenwoordigers van de Raad voor de rechtspraak hebben toegezegd deze punten mee te nemen in hun adviezen aan de kantonrechters.

Als cliëntenorganisaties vinden we dat het niet wenselijk is als zorgaanbieders zelf kunnen voorstellen welk commercieel bureau voor het mentorschap in aanmerking zou moeten komen. Hoewel er geen formele belangenverstrengeling hoeft te zijn, hebben deze bureaus er belang bij niet als lastig en kritisch gevonden te worden om de mogelijkheid van toekomstige voordrachten niet in gevaar te brengen. We overwegen om deze punten bij de politiek aan te kaarten en te verzoeken de wet aan te passen.

Hoewel we de indruk hebben dat de procedure zorgvuldig is, kunnen we ons voorstellen dat er mensen zijn die hier mee te maken hebben gehad en wat hen overkomen is als zeer onzorgvuldig hebben ervaren.  Als u zelf negatieve ervaringen heeft, aarzel dan niet om dat met ons te delen.

KansPlus, Sien, Ieder(in)- 30 maart 2020

Deze tekst zal ook als artikel verschijnen in PlusPunt van juni 2020.

Eerste Kamer stemt in met nieuwe regels Wajong

Op 26 mei 2020 stemde de Eerste Kamer in met het wetvoorstel vereenvoudiging Wajong van staatssecretaris Van Ark, Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Hiermee is het wetvoorstel aangenomen. Nieuw is dat de studiemaatregelen al met het nieuwe studiejaar ingaan. Ook is er een uitzondering gemaakt voor een specifieke groep Wajongers. De regels die te maken hebben met de hoogte van de aanvullende Wajong-uitkering voor werkende Wajongers gaan per 2021 in, net als het uitbreiden en verbreden van de regels rond het eindigen en herleven van het recht op Wajong.

Uitgangspunt van de nieuwe wet is dat werken moet lonen.

Zie voor meer informatie op https://www.rijksoverheid.nl/ministeries/ministerie-van-sociale-zaken-en-werkgelegenheid/nieuws/2020/05/26/eerste-kamer-stemt-in-met-nieuwe-regels-wajong