Apps overheid nog nauwelijks toegankelijk

Belangenorganisaties voor mensen met een beperking, ouderen en mensen met een psychische kwetsbaarheid maken zich grote zorgen over de toegankelijkheid van overheidsapps. Slechts 1 van minstens 500 apps van de Nederlandse overheid is aantoonbaar toegankelijk voor mensen met een beperking. Dit blijkt uit onderzoek door Stichting Appt. Het gevolg is dat gebruikers met een beperking, een psychische kwetsbaarheid en ouderen een groot deel van de overheidsapps niet of niet goed kunnen gebruiken.

Magere cijfers

Vanaf 23 juni 2021 moeten alle apps van de overheid een toegankelijkheidsverklaring hebben. Dit is vastgelegd in de wet Tijdelijk Besluit Digitale Toegankelijkheid. In de verklaring staat in welke mate de app toegankelijk is. Uit het onderzoek van Stichting Appt blijkt dat er 100 toegankelijkheidsverklaringen – meestal voor iOS en Android gezamenlijk – zijn opgenomen in het register met verklaringen. Van de overige apps is geen verklaring bekend en is daardoor geen zicht op de status van toegankelijkheid. Het onderzoek schat het aantal overheidsapps op minimaal 500. Van de 100 apps met een verklaring is er één volledig toegankelijk. Dat is de Berichtenbox App en dat geldt dan alleen voor de iOS-versie. 21 apps voldoen gedeeltelijk, waaronder de CoronaMelderApp. Slecht scorende apps zijn bijvoorbeeld de gemeentelijke afvalwijzerapps. Het merendeel daarvan is niet toegankelijk. Ook is niet elke overheidsapp in zowel Android en iOS beschikbaar.

Zorgelijke uitkomst

Illya Soffer, directeur van Ieder(in) namens het GebruikersNetwerk Digitale Inclusie: “Ongelofelijk dat de overheid zo achterloopt, terwijl digitale toegankelijkheid het verschil kan maken tussen wel of niet zelfstandig kunnen meedoen. Dat er in sommige gevallen ook geen toegankelijke alternatieven beschikbaar zijn, is niet acceptabel. Dat zorgt voor uitsluiting.” Het toegankelijk maken van een app is geen gunst of extraatje, het is noodzakelijk.  Soffer: “Het VN-verdrag Handicap is hier heel helder over: toegankelijke informatie is een mensenrecht.”

Gemiste kansen

De mobiele telefoon is voor veel mensen met een beperking essentieel om zelfstandig door het leven te gaan. Zo maken diverse NS-apps het voor een blind iemand mogelijk zelfstandig te reizen. En voor sommige apps is geen alternatief in de vorm van bijvoorbeeld een website beschikbaar, zoals de CoronaMelderApp. Mobiele telefoons hebben hulpmiddelen en instellingen die een app toegankelijk maken. Maar de ontwikkelaar moet dan wel zorgen dat de app ook daadwerkelijk werkt met deze toegankelijkheidsopties. Denk aan een schermlezer voor blinden en laaggeletterden, stembediening voor mensen met een beperkte handfunctie, een donkere modus voor iemand met niet aangeboren hersenletsel en ondertiteling voor iemand die doof is.

 Gebrek aan kennis over toegankelijkheid

Het ontbreekt aan kennis over de toegankelijkheid van apps. Daarom moet gewerkt worden aan kennis en bewustwording bij ICT- en designopleidingen, bij leveranciers en bij de overheid.
Illya Soffer: “Inclusief ontwerpen moet de standaard worden. Dat betekent ook dat ervaringsdeskundigen bij het ontwerpen en bouwen van een app betrokken worden. Hierdoor worden apps voor iedereen toegankelijk en gebruiksvriendelijk.” Het vanaf het begin betrekken van ervaringsdeskundigen is bijvoorbeeld gebeurd bij de ontwikkeling van de CoronaMelderApp. Alhoewel deze app nog niet voor de volle 100 procent toegankelijk is, heeft de Rijksoverheid wel goede eerste stappen gezet. Bij de CoronaCheckApp zijn gebruikers pas later betrokken. Daar moet nog een inhaalslag gemaakt worden.

Het onderzoek is uitgevoerd door de Stichting Appt en is hier te lezen: https://appt.nl/nieuws/wettelijke-verplichting-apps-23-juni

Het GebruikersNetwerk Digitale Inclusie is een initiatief van Dovenschap, Dwarslaesie Organisatie Nederland, EMB-Nederland, HoorMij.NVVS, Ieder(in), KansPlus, KBO-PCOB, LFB, MIND, Oogvereniging, Sien en Spierziekten Nederland. Iedere belangenorganisatie die onze doelen onderschrijft kan zich aansluiten.

GebruikersNetwerk slaat handen ineen voor digitale inclusie

https://iederin.nl/gebruikersnetwerk-slaat-handen-ineen-voor-digitale-inclusie/

Brochure Hulpmiddelen Wet langdurige zorg

Mensen die zorg ontvangen vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz) kunnen hulpmiddelen krijgen. Welke dat zijn hangt af van de manier waarop men Wlz-zorg ontvangt (leveringsvorm). Bijvoorbeeld thuis of in een instelling. Het hangt ook af van het soort Wlz-hulpmiddel dat men aanvraagt.
De Brochure-hulpmiddelen-wlz van Zorginstituut Nederland legt eenvoudig uit welke hulpmiddelen dit zijn en hoe de toekenning hiervan werkt. De brochure is geschreven voor mensen die zorg ontvangen uit de Wet langdurige zorg (Wlz), hun familieleden, naasten, begeleiders en mantelzorgers. Ook worden er voorbeelden van verschillende situaties beschreven.

Bron: https://www.zorginstituutnederland.nl/publicaties/brochure/2021/06/09/brochure-hulpmiddelen-wlz

 

Samen werken aan toekomstperspectief

KansPlus zet zich al jaren in voor de belangen van mensen met een verstandelijke beperking en hun verwanten. Wij worden erkend en gevraagd vanwege onze dossierkennis en onze betrokkenheid. KansPlus vertegenwoordigt het cliënten- en verwantenperspectief succesvol bij beleidsmakers en zorgaanbieders.
KansPlus heeft een ijzersterke positie in de landelijke behartiging van de belangen van de mensen met een verstandelijke beperking en hun verwanten.
Ledengroepen organiseren prachtige activiteiten voor onze mensen. Zij zetten zich op allerlei manieren in bij de lokale belangenbehartiging.

Echter, tegelijkertijd neemt het ledenaantal jaarlijks af. En daarmee ook de financiële basis. De kernwaardes van KansPlus, ‘betrokkenheid’ en ‘inzet’, leveren financieel nauwelijks iets op. In het verleden konden we de eindjes aan elkaar knopen’ door landelijk verantwoordelijkheid te nemen in door de overheid geïnitieerde projecten. Nu zien wij dat deze (onzekere) bron van inkomsten opdroogt. Bij de ledengroepen zien wij een vergelijkbare situatie. Een enkele uitzondering daargelaten, nemen jaarlijks de financiële middelen en daarmee de activiteiten bij de ledengroepen af.

Er moet iets gebeuren

KansPlus zal dringend maatregelen moeten nemen om haar financiële basis blijvend te verstevigen. Doet zij dat niet dan zal de vereniging, ondanks de brede waardering voor haar lokale, regionale en landelijke inzet, binnen drie jaar de handdoek in de ring moeten gooien. Daarmee verdwijnt de landelijke belangenbehartiging, stopt het Kennis- en adviescentrum (in 2020 meer dan 700 hulpvragen) en komt er een einde aan de ondersteuning aan cliëntenraden en familieverenigingen vanuit VraagRaak. Kortom, dan valt de kern van de vereniging weg

Willen wij het zo ver laten komen? Nee natuurlijk: het bestuur van KansPlus is overtuigd van het bestaansrecht en de noodzaak van KansPlus. De inbreng van KansPlus -onder andere- in het coronadebat heeft het belang van KansPlus en de inbreng van het [cliënt- en naastenperspectief’ nog eens onomstreden duidelijk gemaakt.

Het oplossen van de lastige situatie waarin KansPlus nu verkeert, kent geen simpele oplossingen. Deze situatie dwingt tot het maken van strategische keuzes. Het bestuur heeft een interne projectgroep geformeerd om gestructureerd met dit lastige maar zo belangrijke onderwerp aan de slag te gaan. Het project heeft Perspectief 2025 als werktitel. De afgelopen maanden heeft de projectgroep een begin gemaakt met het onderzoeken van de verschillende opties voor KansPlus. Het voortbestaan van KansPlus is daarbij het uitgangspunt. Ook het in stand houden van de drie hoofdtaken van KansPlus, namelijk de belangenbehartiging, het faciliteren van ontmoeting van leden en het adviseren en het verstrekken van informatie, staat daarbij centraal. Wij zijn daarbij nog niet tot conclusies gekomen.

Wel hebben we onze gedachten laten gaan over de minimale voorwaarden waaraan KansPlus moet voldoen om op langere termijn te kunnen blijven bestaan. Ook is de rolverdeling tussen de ledengroepen en de landelijke organisatie tegen het licht gehouden. De voorlopige conclusie is dat de verhouding tussen de ledengroepen en de landelijke organisatie strakker georganiseerd moet worden. Daarbij zal de voortgang van de activiteiten van de ledengroepen centraal staan.

Denk en doe mee

We moeten dus keuzes maken over financiën, de structuur van de organisatie en onze activiteiten.
Tijdens de Algemene Vergadering van 19 juni 2021 kwamen deze onderwerpen aan bod en heeft het bestuur van KansPlus een concept van aanpak voorgelegd. De aanwezigen hebben unaniem ingestemd met dit concept. De komende maanden zal het concept uitgewerkt gaan worden. Het bestuur nodigt iedereen uit, leden en ledengroepen, om met ons mee te denken en mee te werken aan een gezonde toekomst van KansPlus.

Heeft u vragen en/of opmerkingen? Mail naar info@kansplus.nl en we nemen dan contact met u op.

artikel PlusPunt P2025 juni 2021

Rapport ‘Samen een modus zoeken. Ervaringskennis van verwanten bij de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking.’

Het Zorginstituut heeft in samenwerking met KansPlus onderzoek gedaan naar de ervaringen en rollen van verwanten bij de zorg van hun naaste met een verstandelijke beperking en probleemgedrag. Mede dankzij de bereidheid en openhartigheid van verwanten om over de zorg van hun naaste te delen, is het rapport tot stand gekomen. Het heeft bijgedragen tot een reeks indrukwekkende verwantenverhalen. In het rapport kunt u daar uitbreid over lezen.

Belangrijke conclusies uit het onderzoek zijn:

  • Verwanten nemen op allerlei manieren een rol op bij de zorg voor hun naaste, zoals aangever van informatie over hun naaste met een verstandelijke beperking, mantelzorger, geheugen, escalator en de-escalator. Dat behelst en vraagt nogal wat van verwanten.
  • Naasten worstelen met hun rol want ze zijn niet (meer) in de lead. In hun verhalen klinken persoonlijke thema’s door van niet gehoord worden, niet betrokken worden, onbereikbaar zijn van management en zelf onaangenaam bejegend worden.
  • De waarde van ervaringskennis is het verdiepende inzicht in de belevingswereld van de verwanten.

Het rapport is via deze link te lezen en te downloaden. In het najaar zullen de resultaten van het onderzoek door het Zorginstituut betrokken worden als zij uitvoering geven aan activiteiten om de zorg van mensen met een verstandelijke beperking en probleemgedrag te verbeteren.

Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van het Zinnige Zorg-project ‘Mensen met een verstandelijke beperking en probleemgedrag’.

Doe mee met de dementiekamer ‘Samen beslissen, samen doen’

KansPlus biedt de mogelijkheid om verder te praten over de verschillende onderwerpen die op het congres ‘Herken jij dementie’ van 18 maart 2021 aan de orde zijn gekomen. Dit kan in een Dementiekamer besproken kunnen worden, een digitale vorm van de Dementietafel.
Wat zijn de signalen van dementie bij mensen met verstandelijke beperkingen? Hoe kun je samen bespreken wat de diagnose betekent en hoe je ondersteuning biedt? Wat is de emotionele impact van dementie en een verstandelijke beperking op naasten? Wat hebben familieleden, mantelzorgers en professionele hulpverleners nodig om hiermee om te gaan?
KansPlus biedt (vooral naasten) de mogelijkheid om hierover verder te praten in de Dementiekamer. Dat is een digitale vorm van de Dementietafel.
Op het congres van 18 maart gaf Marian Maaskant een workshop over ‘Samen beslissen, samen doen’. Op dit moment is er een dementiekamer geopend om (verder) te praten over dit thema.  Aanmelden kan via https://vragenlijst.dezorgvraag.nl/dementiekamer.

Tweede kamer neemt wijziging Wet zorg en dwang aan

De Tweede Kamer heeft op dinsdag 8 juni ingestemd met de Reparatiewet. Deze wet wijzigt de Wet zorg en dwang en de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. In een gezamenlijke brief hebben de cliëntenorganisaties Ieder(in), KansPlus en LSR, de beroepsverenigingen V&VN, Verenso, NVAVG, NIP en NVO en de brancheorganisaties ActiZ, Zorgthuisnl en VGN vijf voorstellen gedaan ter vereenvoudiging van de Wet zorg en dwang. Drie daarvan zijn overgenomen door de Tweede Kamer, de andere twee zullen op een later moment door VWS worden opgepakt.

  • De Tweede Kamer heeft in de Wzd de mogelijkheid opgenomen dat cliënten met een psychische stoornis gedwongen kunnen worden opgenomen in een verpleeghuis of een locatie voor gehandi­captenzorg. Tot nu toe konden deze cliënten alleen in de geestelijke gezondheidszorg worden opgenomen.
  • De uitvoering van het stappenplan is door de Tweede Kamer vereenvoudigd. De verplichting om advies te vragen van een deskundige die niet werkzaam mag zijn bij de organisatie die de cliënt zorg biedt wordt ver­vangen door de verplichting om advies te vragen van een onafhankelijke deskundige. Deze des­kundige mag niet bij de behandeling van de cliënt betrokken zijn, maar mag wel werkzaam zijn bij de organisatie die cliënt zorg verleent.
  • De Tweede Kamer heeft vereenvoudigd hoe zorgverleners moeten beoordelen of onvrij­willige zorg, die in het zorgplan is opgenomen, in de praktijk daadwerkelijk kan worden uitgevoerd. De  beoordeling is teruggebracht tot de twee vragen waarom het uiteindelijk gaat: is onvrijwillige zorg verlening in de gegeven omstandigheden nodig en kan wellicht in de gegeven omstandigheden worden volstaan met een minder ingrijpende vorm van onvrijwillige zorg?

Minister van Ark laat het volgende verder onderzoeken:

  • Onderzoek naar overplaatsing en informatie-uitwisseling. De veldpartijen hebben ook aangedrongen op een regeling van overplaatsing van cliënten van de geestelijke gezondheidszorg naar de ouderenzorg of gehandicaptenzorg en andersom en op verduidelijking van de regels met betrekking tot informatie-uitwisseling bij de verlening van onvrijwillige zorg.
  • Of een onderscheid gemaakt kan worden tussen lichtere en zwaardere vormen van onvrijwillige zorg, zodat het stappenplan niet altijd integraal moet worden uitgevoerd. Minister Van Ark heeft de Tweede Kamer toegezegd dit met de veldpartijen te bespreken.

Het wetsvoorstel wordt nu voorgelegd aan de Eerste Kamer. De Reparatiewet treedt naar verwachting uiterlijk op 1 januari 2022 in werking.
Hier is het debat, de aangenomen amendementen en moties terug te lezen.

Zie ook dit bericht voor de brief die de veldpartijen naar de Tweede kamer voorafgaand aan het debat.

 

Oproep aan Tweede kamer: ‘Verbeter de Wet Zorg en dwang’

Maak de uitvoering van de Wet zorg en dwang makkelijker, dat is de oproep van elf landelijke organisaties aan de Tweede Kamer. Op 27 mei behandelde de Tweede Kamer een wetsvoorstel met aanpassingen voor de wet die sinds een jaar van kracht is. De cliëntenorganisaties Ieder(in), KansPlus en het LSR, de beroepsverenigingen V&VN, Verenso, NVAVG, NVO en NIP en de brancheorganisaties ActiZ, VGN en Zorgthuisnl schreven de Kamerleden gezamenlijk een brief met voorstellen om de wet te verbeteren.

De voorstellen van de veldpartijen moeten zorgen voor een betere uitvoerbaarheid van de Wet zorg en dwang (Wzd). Bijvoorbeeld door meer duidelijkheid te geven over het uitwisselen van gegevens tussen zorgverleners en door de wet ook van toepassing te laten zijn op mensen met een psychische aandoening die in een ouderen- of gehandicapteninstelling wonen. Ook wordt gepleit voor meer flexibiliteit in de uitvoering van het stappenplan, zodat zorgverleners zorg op maat kunnen bieden.

De Wet zorg en dwang regelt de rechten bij onvrijwillige zorg of onvrijwillige opname van mensen met een verstandelijke beperking en mensen met een psychogeriatrische aandoening (zoals dementie).

Naast de praktische verbetervoorstellen, zijn er ook zorgen over de uitvoerbaarheid van de Wet zorg en dwang. Al eerder concludeerde de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) dat de uitvoering van de Wzd zou leiden tot een verhoging van de kosten met € 111 miljoen per jaar. Dat betreft echter alleen de uitvoering van één onderdeel uit de wet, het stappenplan. De overige kosten van uitvoering van de Wzd zijn niet meegenomen in het kostenonderzoek van de NZa. Het ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport (VWS) dacht bij de invoering van de Wzd juist kosten (€ 2,9 miljoen) te besparen. Dat blijkt dus niet het geval te zijn.

De organisaties stellen in hun brief aan de Kamerleden dat juist bij zo’n belangrijke wet vereenvoudiging en verduidelijking het doel moeten zijn van aanpassingen van de wet.

Gezamenlijke-brief-veldpartijen-Reparatiewet-WZD-21-mei-2021

Algemene vergadering KansPlus 19 juni

Op zaterdag 19 juni 2021 zal de 30ste algemene vergadering van KansPlus plaatsvinden. Gezien de huidige omstandigheden wordt de bijeenkomst digitaal gehouden van 10.00 uur tot 13.00 uur.

Op https://www.kansplus.nl/leden/ledenvergaderingen/ kunt u de agenda en de bijbehorende documenten lezen.

Wij willen u vragen u vooraf aan te melden via deze link. Als wij een aanmelding van u hebben ontvangen, sturen wij u op donderdag 17 juni aanstaande een link toe voor deelname aan de digitale algemene vergadering.