Voorlichtingsweek Wet zorg en dwang

De week van 28 september tot en met 3 oktober (week 40) is door VWS uitgeroepen als Voorlichtingsweek Wet zorg en dwang.

Op 1 januari 2020 is de Wet zorg en dwang (Wzd) in werking getreden. Het is van belang dat alle betrokkenen goed geïnformeerd zijn. Daarom is besloten om van maandag 28 september t/m zaterdag 3 oktober een voorlichtingsweek te organiseren waarin verspreid door het land verschillende activiteiten worden georganiseerd om cliënten, hun naasten en ook cliëntenraden te informeren over wat de Wzd voor hen betekent. Deelnemers kunnen daarbij een keuze maken uit een centraal door VWS te publiceren aanbod van workshops, presentaties, trainingen  en meer.

KansPlus organiseert in deze week bijeenkomsten voor ouders en familieleden van mensen met een verstandelijke beperking. Daarom nodigt zij haar ledengroepen, uw verwantenraad, familievereniging of groep van naasten (ouders, broers zussen) uit om samen een voorlichtingsbijeenkomst te organiseren over de gevolgen van de invoering van de Wzd voor uw achterban. Er zijn geen kosten verbonden aan deelname. De ‘harde’ voorwaarde is dat de bijeenkomst plaats vindt in week 40.

Bijeenkomst op locatie (2 uur)
De ledengroep, verwantenraad, familievereniging of bestuur van een zorgorganisatie kan een door KansPlus opgeleide voorlichter uitnodigen die U gedurende een dagdeel (een ochtend, middag of avond) informeert over vrijheidsbeperkende maatregelen en de nieuwe Wet zorg en dwang .

  • Wat betekent de invoering van de Wzd voor mij als wettelijk vertegenwoordiger?
  • Wat zijn de verschillen tussen de BOPZ en de nieuwe Wet Zorg & Dwang?
  • Wat zijn de gevolgen voor familie van cliënten die wonen in een woonvorm waar tot nu toe de BOPZ niet van toepassing was?
  • Wat betekent de Wzd voor cliënten die in een ouderinitiatief, Thomashuis, thuis wonen?
  • Wat betekent de Wzd voor dagbesteding, school en het ziekenhuis?
  • Wat is de betekenis van de Wzd rondom maatregelen vanwege de coronacrisis?

Allemaal vragen waar we u tijdens deze bijeenkomst antwoord op zullen geven.

Wat bieden wij?

  • Concept uitnodiging om te verzenden naar uw achterban (vanwege de RIVM richtlijnen verwachten wij dat deelnemers zich van te voren aanmelden).
  • Door KansPlus opgeleide inleider die de aanwezigen in een max. 2 uur durende bijeenkomst volledig informeert over de ins en outs van de Wzd en gevolgen voor cliënten en (wettelijk) vertegenwoordigers
  • Beschikbaar stellen van reeds ontwikkelde informatiematerialen
  • Wat is de betekenis van de Wzd rondom maatregelen vanwege de coronacrises?
  • In geval de bijeenkomst in een zorginstelling plaats vindt, kan het wenselijk zijn ook een van de beleidsmedewerkers die belast is met de implementatie van de Wzd binnen de organisatie, aan het woord te laten. Dit gebeurt uiteraard in afstemming tussen organisatie en voorlichter

Wat vragen wij van u?

  • Beschikbaar stellen van een locatie (volgens de RIVM richtlijnen) waar maximaal 20 deelnemers aanwezig zullen zijn, minimaal 10 deelnemers
  • Koffie en thee
  • Verspreiden van de uitnodiging onder de achterban.

Wilt u een bijeenkomst voor ouders en familieleden op locatie organiseren over dit onderwerp of wilt u eerst meer informatie? Neem contact op met Dorien Kloosterman via d.kloosterman@kansplus.nl of (06) 46291032. Er zijn geen kosten verbonden aan onze bijdrage.

Kijk in de agenda op deze website voor de al geplande bijeenkomsten.

Wajong en studeren: wat gaat er veranderen?

De Wajong gaat veranderen. De meeste veranderingen gaan in op 1 januari 2021, alleen de nieuwe regels voor het volgen van een opleiding gelden al vanaf 1 september 2020. Wat gaat er veranderen en wat moet je doen?

Volgens de huidige Wajong – de Wajong 2015 – heb je geen recht (meer) op een uitkering als je gaat studeren. Met de nieuwe Wajong – de Wajong 2021 – gaat dat veranderen. En omdat het studiejaar al in september start, kun je al vanaf september 2020 gebruik maken van deze nieuwe regel.

Vanaf 1 september 2020 verlies je dus niet meer het recht op een Wajonguitkering als je een opleiding volgt waarvoor je studiefinanciering of een tegemoetkoming scholieren krijgt. Deze nieuwe regel geldt ook voor mensen die eerder geen Wajonguitkering kregen omdat ze een opleiding of studie volgden. Dus heb je eerder een Wajonguitkering aangevraagd en kreeg je een afwijzing omdat je een opleiding volgt, dan kun je nu opnieuw een Wajonguitkering aanvragen.

Dit geldt dus ook voor VSO-leerlingen die na hun 18e verjaardag nog op school zitten. Zij kunnen nu ook een Wajonguitkering ontvangen.

Heb je een Wajonguitkering op grond van de vorige Wajong (Wajong 2010), dan ligt het net een beetje anders. Val je onder de Wajong 2010 en volg je een opleiding, dan krijg je op dit moment nog wel een kleine Wajonguitkering vanuit de studieregeling (25% van het minimumloon). Ook hierin gaat iets veranderen. Vanaf september gaat je uitkering omhoog naar maximaal 70 of 75% van het minimumloon. Je hoeft hier zelf niets voor te doen. Je krijgt hierover van het UWV een brief. Meer informatie vind je op de website van het UWV

Alle andere veranderingen in de Wajong gaan dus in op 1 januari 2021.  Meer informatie over de wijzigingen in de Wajong staan in de Vragen en antwoorden over wijzigingen in Wajong 2020-2021 van de Rijksoverheid. Later in het jaar geeft het UWV hier meer uitleg over.

Koepelorganisatie Ieder(in) heeft de afgelopen maanden gelobbyd voor een vereenvoudiging van de Wajong. Op hun website kunt u meer lezen hun lobby. Zie https://iederin.nl/tag/wajong/

Heeft u vragen of problemen met de Wajong? Neem contact op met ons Kennis -en adviescentrum via 030-2363750 of advies@kansplus.nl of meld het bij het Meldpunt van Ieder(in).

Publicatie handreiking Wmcz 2018 en modelmedezeggenschapsregeling

KansPlus heeft samen met het Landelijk Steunpunt (mede)zeggenschap (LSR) en de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN) een handreiking Wmcz 2018 en een model medezeggenschapsregeling ontwikkeld.

De Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen 2018 (Wmcz 2018) treedt op 1 juli 2020 in werking. Vanaf dat moment moeten zorgaanbieders onder andere aan de slag met het organiseren van inspraak (artikel 2). Vanaf 1 januari 2021 moeten zorgaanbieders en cliëntenraden gaan werken met de nieuwe medezeggenschapsregeling. De handreiking en de modelregeling bieden een handvat hiervoor.

Samenwerking

KansPlus, LSR en de VGN hebben de handreiking gezamenlijk opgesteld. Hiervoor zijn vragen, wensen en ideeën opgehaald bij cliënten, verwanten en zorgaanbieders. Onder andere tijdens een werkconferentie, op het congres cliëntenraden en tijdens verschillende ledenbijeenkomsten van de VGN. Er is vanuit verschillende perspectieven naar de implementatie van de Wmcz 2018 gekeken.

Handreiking

In de handreiking wordt de inhoud van de Wmcz 2018 beschreven. Ook staan de belangrijkste verschillen tussen de Wmcz en de Wmcz 2018 in de handreiking. De handreiking is gemaakt voor bestuurders, medewerkers en leden van (centrale) cliëntenraden die zich voorbereiden op de overgang van de Wmcz naar de Wmcz 2018.

Model medezeggenschapsregeling

Organisaties hebben tot 1 januari 2021 de tijd om met hun cliëntenraden een medezeggenschapsregeling af te stemmen, waarbij de cliëntenraad instemmingsrecht heeft. Het model medezeggenschapsregeling geeft aan hoe je de onderwerpen vanuit de Wmcz 2018 kunt regelen. Het model zegt hoe het kan en niet hoe het moet. Zorgorganisaties en cliëntenraden kunnen uiteraard eigen keuzes maken.

In de modelregeling staan twee varianten. Eén modelregeling voor de cliëntenraad. Dit model gebruik je wanneer je één cliëntenraad hebt, of voor een decentrale / lokale cliëntenraad. Het tweede model is voor de centrale cliëntenraad. Dit model kan ook gebruikt worden voor andere koepelraden zoals een divisieraad of een regionale cliëntenraad. Bij elk artikel in de modelregeling staat een toelichting.

Inspraak

Inspraak is een nieuw onderdeel van de wet. Het regelen van inspraak is verplicht voor zorgorganisaties met cliënten die langdurig verblijven. De wet schrijft niet voor hoe je dat doet. Zo kunnen zorgorganisaties op hun eigen manier inspraak regelen die het beste past bij de organisatie en de doelgroep.

Begin 2020 is er een handreiking inspraak en een samenvatting gepubliceerd. De handreiking en eenvoudige samenvatting zijn hier te downloaden: https://www.kansplus.nl/produkten-en-diensten/publicaties/handreiking-inspraak-in-de-wmcz2018/

Coulance bij de implementatietermijn

Een aantal organisaties (VGN, LOC, ActiZ, GGZ Nederland, Zorgthuisnl en Jeugdzorg Nederland) hebben in april uitstel gevraagd met betrekking tot de implementatie van de nieuwe Wmcz 2018 voor de zorgorganisaties die door de coronacrisis nog niet in alle opzichten aan de wet voldoen. De minister heeft geen expliciet uitstel verleend voor de implementatie van de medezeggenschapsregelingen. De minister en de Inspectie gezondheidszorg en jeugd (IGJ) geven aan dat er coulant wordt omgegaan met de implementatie van de wet. KansPlus/VraagRaak is tevreden dat de Wmcz 2018 op 1 juli gewoon van kracht wordt.

Model medezeggenschapsregelingen_15 juni 2020

Handreiking Wmcz 2018_15 juni 2020

Wmcz 2018 Wettekst

Resultaat gesprekken over ontheffing familie uit beschermingsbewind

In de media kwamen eind 2019 verontrustende berichten binnen; zorgaanbieders stappen naar de rechter om lastige families die tevens mentor zijn, uit hun rol te ontslaan en een andere mentor te benoemen. Volgens de media zou het om enkele duizenden verzoeken van zorgaanbieders gaan. In de publiciteit werd vooral de aandacht gelegd op het mentorschap. De procedures met betrekking tot benoeming en ontslag van een curator zijn gelijk aan die voor een mentor of bewindvoerder. Dus curatoren en bewindvoerders kunnen bij onenigheid met een zorgaanbieder in een vergelijkbare positie komen als een mentor.

Naar aanleiding van de berichten in de media hebben KansPlus, Sien en Ieder(in) brieven gestuurd naar het ministerie voor Justitie en Veiligheid, de Raad voor de rechtspraak en de VGN.  Zie onze eerdere berichtgeving hierover op https://www.kansplus.nl/2020/01/01/brieven-kansplus-sien-en-iederin-aan-relevante-organisaties-inzake-ontheffing-familie-uit-beschermingsbewind/ .

Inmiddels zijn ook gesprekken gevoerd met vertegenwoordigers van de Raad voor de rechtspraak en de VGN.

Uit deze gesprekken komt het volgende beeld naar voren:

Er komen inderdaad verzoeken vanuit zorgaanbieders bij de kantonrechter om een mentor of bewindvoerder voor een client aan te stellen. Bij de meeste verzoeken gaat het om situaties waarbij er nog helemaal geen wettelijke vertegenwoordiger is voor een cliënt. We vinden het terecht als een zorgaanbieder hier het initiatief in neemt.

Vanuit de zorgaanbieders is er een beperkt aantal aanvragen waar het gaat om het ontslaan van een huidige mentor en het benoemen van een nieuwe.

Een nieuwe mentor kan om twee redenen worden benoemd:

  1. De huidige mentor voert zijn of haar taken niet goed uit. Bijvoorbeeld: hij/zij is nooit of niet goed bereikbaar, onderhoudt geen of nauwelijks contact met de cliënt, laat (vaak) verstek gaan bij besprekingen over de cliënt. In deze gevallen vinden wij het terecht dat de zorgaanbieder naar de rechter gaat. Het is in het belang van de cliënt dat hij/zij een goed functionerende mentor heeft.
  1. In een klein aantal gevallen gaat het om situaties waarbij er sprake is van een ernstig verstoorde relatie en/of vastgelopen meningsverschillen tussen de zorgaanbieder en de mentor. We vinden dat dit nooit een reden mag zijn om de mentor te ontslaan, zeker niet als het gaat om een naaste verwant. Ontslaan van de verwant als mentor lost het probleem in de relatie niet op, de tegenstellingen zullen zich eerder verscherpen.

Raad voor de rechtspraak

De gangbare procedure zoals die ons door de raad voor de rechtspraak is uitgelegd is de volgende:

  • Als een verzoek wordt ingediend om een mentor aan te stellen, kijkt de rechter eerst of er in de naaste familie van de cliënt iemand is die deze rol kan en wil vervullen. Ook wordt aan de cliënt zelf, als deze hiertoe in staat is, gevraagd wat hij/zij er van vindt om een mentor te krijgen en wie dat dan zou moeten zijn.
  • Vaak komen cliënt en familie samen bij de rechter. Als de rechter vermoedt dat de cliënt zich in dat gesprek niet vrij kan uiten, kan de rechter besluiten voor te stellen even apart met de cliënt te praten.
  • Als dat niet het geval is, wordt aan degene die het mentorschap aanvraagt, gevraagd met een voorstel te komen wie tot mentor benoemd kan worden.
  • Als een verzoek bij de rechtbank komt om een reeds aangestelde mentor de ontslaan en een nieuwe te benoemen, wordt altijd eerst contact opgenomen met de betrokken mentor om diens verhaal te horen. Ook wordt indien mogelijk door de rechter met de cliënt zelf gesproken. De rechter kan op basis deze gesprekken besluiten verder onderzoek te doen naar de redenen voor het ontslagverzoek.
  • Als een mentor ontslagen wordt, krijgt hij/zij hiervan altijd een beschikking waartegen in beroep gegaan kan worden.

De rechters geven aan het absoluut onwenselijk te vinden om een mentor/verwant uit de rol van mentor te ontslaan vanwege een verstoorde relatie met de zorgaanbieder en vastgelopen meningsverschillen over wat voor een cliënt goed is. Toch kan het voorkomen dat de rechter van mening is tot een dergelijk besluit te moeten komen, waar dus altijd bezwaar tegen kan worden aangetekend.

Reactie cliëntenorganisaties

Op zich ziet deze procedure er zorgvuldig uit. Een belangrijke aanvulling moet echter zijn dat een ontslagverzoek vanwege een verstoorde relatie en vastgelopen meningsverschillen, alleen in behandeling mag worden genomen als hier een zorgvuldig mediation traject aan vooraf is gegaan. Ook vinden we dat, indien een familielid het mentorschap ontnomen wordt, in de beschikking moet worden opgenomen dat de nieuwe mentor al het mogelijke moet doen om de relaties in de driehoek cliënt – familie – zorgverleners te verbeteren. De vertegenwoordigers van de Raad voor de rechtspraak hebben toegezegd deze punten mee te nemen in hun adviezen aan de kantonrechters.

Als cliëntenorganisaties vinden we dat het niet wenselijk is als zorgaanbieders zelf kunnen voorstellen welk commercieel bureau voor het mentorschap in aanmerking zou moeten komen. Hoewel er geen formele belangenverstrengeling hoeft te zijn, hebben deze bureaus er belang bij niet als lastig en kritisch gevonden te worden om de mogelijkheid van toekomstige voordrachten niet in gevaar te brengen. We overwegen om deze punten bij de politiek aan te kaarten en te verzoeken de wet aan te passen.

Hoewel we de indruk hebben dat de procedure zorgvuldig is, kunnen we ons voorstellen dat er mensen zijn die hier mee te maken hebben gehad en wat hen overkomen is als zeer onzorgvuldig hebben ervaren.  Als u zelf negatieve ervaringen heeft, aarzel dan niet om dat met ons te delen.

KansPlus, Sien, Ieder(in)- 30 maart 2020

Deze tekst zal ook als artikel verschijnen in PlusPunt van juni 2020.

Internetconsultatie zwijgcontracten zorg

Er staat een internetconsultatie open over zwijgcontracten. Het betreft een wijziging van diverse wetten in verband met zwijgbedingen in Jeugdzorg, zorg en ondersteuning. De einddatum van deze consultatie is 1 juni. Zie https://www.internetconsultatie.nl/zwijgcontracten.

Het wetsvoorstel ziet op incidenten in de volgende sectoren:
– zorg als bedoeld in de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) ( https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/kwaliteit-van-de-zorg/wet-kwaliteit-klachten-en-geschillen-zorg);
– jeugdzorg, dat wil zeggen jeugdhulp, reclassering en kinderbeschermingsmaatregelen als bedoeld in de Jeugdwet;
– maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015), voor zover het gaat om beschermd wonen en maatschappelijke opvang;
– Veilig Thuis (het advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling).

Voor deze sectoren zijn regels gesteld ten aanzien van kwaliteit en goed bestuur. Het wetsvoorstel sluit aan bij die normering en regelt dat zwijgbedingen in strijd zijn met de eisen aan kwaliteit en goed bestuur. De belangrijkste doelgroepen die door de regeling worden geraakt zijn derhalve de aanbieders en cliënten in deze sectoren van de Wkkgz, Jeugdwet en de Wmo2015.

De twee documenten waarop gereageerd gereageerd kan worden zijn het wetsvoorstel zwijgcontracten 2020 en de memorie van toelichting zwijgcontracten 2020.

Wetsvoorstel zwijgcontracten 2020
Memorie van Toelichting Zwijgcontracten 2020

Informatie over de KlachtenCommissie Onvrijwillige Zorg (KCOZ)

Deze bijeenkomst is geannuleerd. Op een later moment volgt nieuwe informatie.

De Klachtencommissie Onvrijwillige Zorg (KOCZ) is ingesteld door de brancheorganisaties ActiZ en VGN, samen met cliënten- organisaties Ieder(in), KansPlus, LOC Waardevolle Zorg en het LSR.
De KCOZ is er voor klachten over de Wet zorg en dwang en heeft sinds februari 2020 ook een eigen website: www.kcoz.nl.

De KCOZ beoordeelt klachten over onderwerpen die in de Wet zorg en dwang worden genoemd. Zorgorganisaties uit de ouderenzorg, thuiszorg en gehandicaptenzorg kunnen ervoor kiezen dat Wzd-klachten door de KCOZ worden behandeld. De KCOZ behandelt alleen Wzd-klachten die betrekking hebben op zorgorganisaties die de KCOZ met deze taak hebben belast. Zij kunnen echter ook voor een andere klachtencommissie kiezen. Welke keuze een zorgorganisatie heeft gemaakt, blijkt uit de klachtenregeling van de zorgorganisatie.

Klachten kunnen niet rechtstreeks bij de KCOZ worden ingediend. Iedereen die overweegt om een Wzd-klacht in te dienen, kan contact opnemen met een cliëntenvertrouwenspersoon Wzd. Deze is onafhankelijk van de zorgaanbieder en heeft onder meer de taak om cliënten, hun vertegenwoordigers of nabestaanden te adviseren en bij te staan bij het doorlopen van de klachtenprocedure. Meer over de cliëntvertrouwenspersoon kunt u hier lezen. Cliëntenvertrouwenspersonen Wzd zijn werkzaam bij ZorgstemAdviespunt Zorgbelanghet LSR en Quasir.

Met klachten kan ook contact opgenomen worden met de klachtenfunctionaris die werkzaam is bij de zorgorganisatie waarop de klacht betrekking heeft. De klachtenfunctionaris adviseert over de aanpak van klachten en kan helpen bij het zoeken van een informele oplossing van de klacht. Hij staat de klager echter niet bij tijdens een procedure bij de KCOZ.

Een zorgorganisatie die een Wzd-klacht wil doorsturen naar de KCOZ, neemt contact op met de KCOZ.

Meer informatie over de commissie en over de klachtbehandeling is te vinden op de website van de KCOZ : www.kcoz.nl.

Wet zorg en dwang: patiënten- en cliëntenorganisaties roepen op tot samenwerken

Patiënten- en cliëntenorganisaties Ieder(in), KansPlus, Alzheimer Nederland, het LSR en LOC denken dat de Wet zorg en dwang (Wzd) voor vooruitgang gaat zorgen. In tegenstelling tot de oude wet, staan in deze wet rechten van mensen en zorgvuldig handelen voorop.
Met de ingang van het nieuwe jaar is een nieuwe wet ingevoerd die dwang in de zorg moet regelen: de Wet zorg en dwang (Wzd). De wet regelt onvrijwillige zorg en dat is een breed begrip: van mensen eten geven als zij weigeren tot mensen via monitoringssystemen in de gaten houden. Patiënten- en cliëntenorganisaties denken dat de wet vooruitgang biedt omdat daarin de rechten van mensen en zorgvuldig handelen voorop staan.

Cliënt centraal
Onder zorgaanbieders is er weerstand tegen de nieuwe wet, vooral vanwege de extra administratieve last. De kritiek van de zorgaanbieders is een kant van het verhaal. Patiënten-, cliënten- en gehandicaptenorganisaties zien de wet als een noodzakelijk begin van een cultuurverandering in de zorg. Een verandering die de cliënt centraal stelt. Die ervoor kan zorgen dat dwang een laatste middel is en niet langer als een ‘gewone’ handeling wordt gezien.

Zorgvuldig handelen
In de nieuwe wet staan vrijheid en zorgvuldigheid voorop. De kern van de nieuwe wet is ‘Nee, tenzij’. Dat betekent dat vrijheidsbeperking of onvrijwillige zorg in principe niet mag worden toegepast, tenzij er sprake is van ernstig nadeel voor de cliënt of zijn omgeving. Vervolgens regelt de wet met een stappenplan dat er echt alleen onvrijwillige zorg wordt gegeven als er absoluut geen andere oplossing is. Dat áls onvrijwillige zorg wordt toegepast, het dan heel zorgvuldig gebeurt. Zorgprofessionals worden door de wet verplicht om een stappenplan in werking te zetten en zo veel mogelijk te zoeken naar alternatieve oplossingen.

Oproep tot constructief samenwerken
Minister De Jonge van Volksgezondheid heeft besloten om het jaar 2020 te zien als een overgangsjaar: om ervaring op te doen, knelpunten in beeld te brengen en oplossingen samen te ontwikkelen. De patiënten-, cliënten en gehandicaptenorganisaties roepen op om gezamenlijk constructief te werken aan de uitvoering van de wet en het vinden van oplossingen voor knelpunten. De organisaties roepen het ministerie en de inspectie op om in het overgangsjaar te helpen om met de zorgaanbieders de administratieve problemen op te lossen.

De bedoeling van de wet – het voorkomen van onvrijwillige zorg – moet daarbij leidend zijn.

Waarom is deze wet zo belangrijk?
De Wet zorg en dwang vervangt een andere, oude wet: de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (BOPZ). De wet BOPZ is niet meer van deze tijd. Er is ondertussen veel veranderd in de zorg voor mensen met een beperking en mensen met dementie en in Nederland. In die veranderde wereld willen we mensen vrijheid en veiligheid bieden. Onafhankelijk van de plek waar ze wonen. Dat betekent dat de Wet zorg en dwang niet alleen in het verpleeghuis geldt, zoals bij de BOPZ. De Wzd geldt overal waar professionele zorg wordt gegeven. Ook bij zorg thuis, bij de dagbesteding of zorgboerderij. Veel van die verschillende woonvormen en zorg kenden we nog niet in de tijd dat de BOZP van kracht werd.

Handreiking Wet zorg en dwang voor ouderinitiatieven en zzp’ers

Op 1 januari 2020 is de Wet zorg en dwang (Wzd) in werking getreden voor mensen met een verstandelijke beperking en mensen met een psychogeriatrische aandoening (dementie). Ook bewoners van ouderinitiatieven kunnen hier mee te maken krijgen. Als er onvrijwillige zorg moet worden gegeven, moet er altijd een stappenplan worden gevolgd.

In opdracht van VWS heeft Naar-Keuze een handreiking geschreven voor ouderinitiatieven. In de handreiking wordt beschreven hoe bestuurders van ouderinitiatieven om kunnen gaan met de Wet zorg en dwang.  Ook heeft Naar-Keuze in opdracht van VWS een handreiking geschreven voor zzp’ers. In deze handreiking wordt beschreven hoe freelancers en zzp’ers om kunnen gaan met de Wet zorg en dwang. Wat moet er geregeld worden?
Op dit moment is nog niet helder hoe kosten betaald moeten worden die verbonden zijn aan de invoering van de Wzd. Er moet bijvoorbeeld een zorgverantwoordelijke (coördinator) worden aangesteld als er sprake is van onvrijwillige zorg. Echter; coördinatie van zorg mag officieel niet betaald worden met PGB. Het inschakelen van een Wzd-functionaris of externe deskundige ligt ook lastig. Deze vraagstukken worden nog nader door VWS uitgewerkt.

U vindt de digitale versie van de handreiking voor ouderinitiatieven  en de handreiking voor zzp’ers hier.

Gedrukt exemplaar
Wilt u de handreiking voor ouderinitiatieven per post ontvangen? Maak dan € 3,00 over op bankrekening NL 09 INGB 000 396 27 93 t.n.v. NAAR-KEUZE te BORNE o.v.v. handreiking Wzd voor ouderinitiatieven en uw naam en adresgegevens. Naar-Keuze stuurt u een gedrukte versie van de handreiking toe.

Drukversie
Van beide handreikingen beschikt Naar-Keuze over de drukversies. Wilt u zelf de handreiking laten drukken/kopiëren, stuur ons dan een mail. Dan ontvangt u via Wetransfer de drukversie.

Veranderingen in de langdurige zorg vanaf 2020

Op 1 januari veranderen er een aantal zaken in de langdurige zorg. Op https://www.informatielangdurigezorg.nl/veranderingen/vanaf-2020  kunt u lezen wat deze veranderingen zijn.

Het gaat bijvoorbeeld om:

  • Deeltijdverblijf in de Wet langdurige zorg (Wlz)
    Deeltijdverblijf is een combinatie van thuis én in een instelling wonen. Nu hebben (ouders van) cliënten de keuze tussen thuis wonen (eventueel met logeeropvang) of voltijds in de instelling wonen. Vanaf 1 januari 2020 wordt een tussenvorm eenvoudiger: afwisselend een (deel van de) week thuis wonen en een (deel van de) week in een instelling verblijven. (https://www.informatielangdurigezorg.nl/veranderingen/vanaf-2020/deeltijdverblijf)
  • Vereenvoudiging hulpmiddelenzorg in Wlz-instellingen
    Hulpmiddelen voor cliënten die in een Wlz-instelling wonen worden nu vanuit vier regelingen geleverd: de Wlz, de Zvw, de Wmo 2015 en soms ook de WIA. Bovendien verschillen de regels voor cliënten met behandeling en cliënten zonder behandeling in de instelling. Deze ingewikkelde regelgeving wordt vereenvoudigd. (https://www.informatielangdurigezorg.nl/veranderingen/vanaf-2020/hulpmiddelenzorg-wlz)
  • ‘Wlz-indiceerbaren’ per 1-1-2020 over naar reguliere Wlz
    Mensen in de groep ‘Wlz-indiceerbaren’ krijgen nu zorg op basis van het Wlz-overgangsrecht. Zij hebben nog recht op de zorg volgens hun laatste indicatie van vóór de Wlz. Met het overgangsrecht werd voorkomen dat deze mensen er in zorg op achteruit zouden gaan. Dit overgangsrecht loopt tot 1 januari 2020. Het gaat om ongeveer 9.000 mensen.
    (https://www.informatielangdurigezorg.nl/veranderingen/vanaf-2020/einde-overgangsregeling-wlz-indiceerbaren)

Bron: https://www.informatielangdurigezorg.nl/veranderingen/vanaf-2020