Ervaringen Wet zorg en dwang

Cliënten, hun vertegenwoordigers en ook veel zorgprofessionals zijn nog steeds onvoldoende op de hoogte van de Wet zorg en dwang. Dat blijkt uit onderzoek van cliëntenorganisaties Alzheimer NL, Ieder(in), Kansplus, het LSR, LFB en Per Saldo. 

Aan het onderzoek hebben 441 mensen deelgenomen. De respondenten zijn grotendeels naasten, of vertegenwoordigers van mensen met een psychogeriatrische aandoening (zoals dementie), een verstandelijke beperking  of een gelijkgestelde aandoening (zoals niet-aangeboren hersenletsel).

Bescherming grondrechten
Onvrijwillige zorg raakt mensen in de kern van hun zijn en leidt altijd tot inperking van fundamentele grond- en mensenrechten. Deze rechten dienen zorgvuldig beschermd en bevorderd te worden, zeker wanneer mensen niet in staat zijn voor zichzelf op te komen. De Wzd, die sinds  2020 geldt, doet dat nu onvoldoende, blijkt uit dit onderzoek.

Gebrek aan kennis leidt tot misverstanden en onveilige situaties
Het belangrijkste probleem is dat cliënten en hun vertegenwoordigers nog steeds te weinig worden geïnformeerd door hun zorgaanbieder. Dat betreft niet alleen de wet zelf. Het gaat ook om specifieke onderdelen daarvan, zoals het stappenplan, het recht op ondersteuning van een cliëntenvertrouwenspersoon of de mogelijkheid een klacht in te dienen. Door deze gebrekkige informatievoorziening wordt de rechtspositie van cliënten in de praktijk onvoldoende geborgd. In de gehandicaptenzorg schieten zorgaanbieders hierin nog meer te kort dan in de ouderenzorg.

Niet alleen cliënten en hun vertegenwoordigers zijn onvoldoende op de hoogte van de Wzd. Ook  zorgprofessionals blijken nog steeds te weinig kennis hebben over de Wzd. Dat kan in de praktijk leiden tot allerlei misverstanden, negatieve beeldvorming en onveilige situaties. Maar ook tot het te lang en onnodig toepassen van onvrijwillige zorg.

Wisselende ervaringen met onvrijwillige zorg
Van de respondenten heeft 70% te maken gehad met onvrijwillige zorg, zoals vrijheidsbeperking of gedwongen medicatie. Van deze groep heeft 35% de onvrijwillige zorg als slecht ervaren, 26% als goed en de rest had er geen mening over.

Deze lage tevredenheid wordt vermoedelijk mede veroorzaakt doordat afspraken over het toepassen van onvrijwillige zorg onvoldoende worden gemaakt, inclusief tijdsduur, mogelijke alternatieven, en momenten van evaluatie. En als ze wel worden gemaakt en ook vastgelegd in een zorgplan of ondersteuningsplan, worden ze niet altijd nagekomen.

Aanbevelingen
Gezien deze uitkomsten is het logisch dat de cliëntenorganisaties ervoor pleiten dat zorgaanbieders meer en begrijpelijke informatie gaan geven aan al hun cliënten en hun vertegenwoordigers. Zo zouden er concrete momenten in de wet moeten worden vastgelegd waarop informatie gegeven moet worden. Daarnaast moeten ook zorgverleners beter worden voorgelicht over hoe zij de Wzd in de praktijk moeten uitvoeren en wat daarbij de rechten van de cliënt zijn.

Lees ook het rapport
In het rapport hieronder lees je alle uitkomsten van het onderzoek en de bijhorende  aanbevelingen.  Binnenkort volgt er een digitale bijeenkomst waarin we het rapport verder toelichten voor mensen en lidorganisaties die met de Wzd te maken hebben. En dan besteden we ook aandacht aan de bestuurlijke afspraken en het wetswijzigingstraject Wzd dat op dit moment aan de gang is.

Laatste stand van zaken: wetswijziging
Er is veel behoefte aan een vereenvoudiging en verduidelijking van de Wzd. Eind 2023 hebben de cliëntenorganisaties met diverse andere organisaties en VWS daarom bestuurlijke afspraken vastgelegd over de Wzd. In deze afspraken is nadrukkelijk aandacht voor een stevigere rechtsbescherming van cliënten. Zo zijn er afspraken gemaakt over het versterken van de positie van de cliëntenvertrouwenspersoon Wzd, en over het beter betrekken van cliënten en hun vertegenwoordigers bij het stappenplan en bij de evaluatie van het zorgplan.

Momenteel is het ministerie van VWS bezig met het opstellen van een nieuw wetsvoorstel waar de bestuurlijke afspraken een plek in moeten krijgen. Cliëntenorganisaties worden hier nauw bij betrokken, zodat vereenvoudiging niet leidt tot het afzwakken van de rechtspositie van mensen die te maken krijgen met onvrijwillige zorg.