U heeft een vermoeden van dementie bij uw naaste. Wat kunt u doen?

Heeft u een naaste (bijvoorbeeld zoon of dochter, of broer of zus) met een verstandelijke beperking en denkt u dat hij of zij wellicht ook dementie heeft? Omdat u bijvoorbeeld de laatste tijd ander gedrag bemerkt? Dan is het goed om dat bespreekbaar te maken en eventueel nader te laten onderzoeken.

Maar bij wie moet u dan zijn?

Hieronder staan 2 situaties die op u van toepassing kunnen zijn. Daaronder geven we tips om uw weg te vinden.

Mogelijkheid 1: Uw naaste woont bij een instelling of krijgt ondersteuning thuis van een instelling waar diagnostiek en behandeling aanwezig is.

U kunt met de persoonlijk begeleider of andere begeleiders in gesprek gaan over de veranderingen die u waarneemt. Zien zij dat ook? Of misschien is er ook een vrijwilliger die daarover iets kan zeggen. Zij zien vaak uw naasten weer in een andere situatie. Valt hen de laatste tijd iets op? De orthopedagoog of GZ psycholoog is ook een belangrijk schakel en kan een onderzoek doen. Om na te gaan wat er wellicht aan de hand is. Vraag om een onderzoek aan als het u niet lekker zit, want daar heeft u recht op.

Mogelijkheid 2: Uw naaste woont nog thuis of zit bij een kleinschalige woonvoorziening of bijvoorbeeld zorgboerderij waaraan geen orthopedagogen of behandelaren verbonden zijn.

U kunt op deze site kijken voor een polikliniek in uw buurt. U ziet daar AVG (arts verstandelijk gehancapten) poli’s staan. Vaak werken zij ook samen met een orthopedagoog of psycholoog. Zij kunnen u verder helpen met uw vragen of uw wens voor nader onderzoek.