Omgaan met risico’s

Op een goede manier omgaan met risico’s is ook een belangrijk aspect van kwaliteit van zorg en ligt gevoelig; zowel voor ouders/vertegenwoordigers als voor begeleiders. Ouders/vertegenwoordigers hebben een begrijpelijke bezorgdheid voor het welzijn van hun verwant. Als de verwant niet meer thuis woont maar in een instelling hebben we niet altijd zicht op de eventuele risico’s.

Zelf douchen
Herman wil graag zelfstandig douchen. Hij voelt zich dan minder afhankelijk van de begeleiding en kan douchen wanneer hij daar zin in heeft in plaats van 2 maal per week. Hij staat alleen erg instabiel en is al een keer in de douche uitgegleden. De begeleiders vinden dit een te groot risico en besluiten dat hij voortaan alleen met begeleiding onder de douche mag. Herman vindt dat niet leuk. Zijn ouders hebben hier begrip voor en zijn na enig wikken we wegen van mening dat het gevoel van autonomie voor Herman zo belangrijk is dat ze het risico van uitglijden accepteren. Het team blijft hier grote moeite mee hebben, ook al willen de ouders zwart op wit zetten dat zij de verantwoordelijkheid voor het besluit op zich nemen. Na een goed gesprek besluiten de ouders mee te gaan met het team omdat ze zien dat het anders voor het team niet werkbaar is.

Ook begeleiders kunnen het moeilijk vinden om risico’s te durven nemen. Aan de ene kant heeft dit er natuurlijk ook mee te maken dat ze het beste willen voor hun bewoners. Maar het kan ook zijn dat ze zich in de organisatie niet veilig genoeg voelen en bang zijn voor de persoonlijke gevolgen als er met een bewoner iets gebeurt.  Het is tegenwoordig verplicht dat er bij ieder zorgplan een bijlage komt met een risico-inventarisatie. Hierin staat voor uw verwant welke mogelijke risico’s hij loopt en hoe daarmee omgegaan kan worden. Vaak gaat het daarbij dan om risico-beheersing: hoe kan voorkomen worden dat het mogelijke risico gaat gebeuren.

Het is echter ook belangrijk dat het gesprek gevoerd wordt over welke risico we samen bereid zijn te nemen. Van groot belang hierbij is dat vertegenwoordigers en begeleiders respect hebben voor elkaars bezorgdheid.