Protocollen en procedures

Vaak wordt geprobeerd de kwaliteit van de zorg te borgen door zoveel mogelijk vast te leggen in protocollen en procedures die de begeleiders moeten volgen. Dit is belangrijk als het gaat om het beschrijven van specifieke risicovolle handelingen, zoals uitdelen van medicatie, geven van sondevoeding, hoe te handelen bij een epileptische insult.

Pindakaasprotocol
Sinds bekend is dat ouderen met een verstandelijke beperking slikproblemen kunnen hebben heeft een instelling een protocol dat er geen potten pindakaas meer mogen zijn op groepen met oudere bewoners. In één van de woningen met oudere bewoners woont echter iemand die wel erg gek is op pindakaas en nu behoorlijk ontstemd is dat hij dit niet meer krijgt. De begeleiders houden voet bij stuk en houden vast aan het protocol; ondanks  zijn gemopper krijgt hij geen pindakaas. Tot de ouders met een oplossing kwamen, namelijk een doos 1-portie kuipjes pindakaas die op tafel niet binnen handbereik worden gelegd van mensen die daadwerkelijk slikproblemen hebben.

Er komen echter ook veel protocollen voor die centraal bepalen wat de cliënten van de instelling wel of niet mogen hebben of doen. Dit soort protocollen kunnen de begeleiders belemmeren bij het inspelen op wensen en behoeften van een individuele cliënt. Deze protocollen zijn vaak bedoeld om risico’s voor een beperkte groep mensen te vermijden, maar ze worden toegepast op iedereen. Het pindakaas protocol is daar een voorbeeld van.

Als er een risico is voor een groep mensen, moet je daar uiteraard rekening mee houden. Het protocol moet echter ook ruimte bieden om mensen voor wie dat risico niet geldt te geven wat ze willen of nodig hebben. Strakke protocollen remmen ook de creativiteit van begeleiders om oplossingen te zoeken waarmee ze iedereen goed kunnen bedienen.

Het niet af durven wijken van protocollen heeft soms ook te maken met de eigen beleving van de begeleiding en hun gevoel van veiligheid in de eigen organisatie. Vaak geven begeleiders  aan dat ze wel zo moeten werken omdat het zorgkantoor dat eist of omdat de instelling dat zo besloten heeft. Raden van Bestuur van instellingen bestrijden dat en geven aan dat begeleiders veel meer eigen beslissingsruimte hebben dan ze zelf denken. Dat betekent wel dat het management iets aan deze beeldvorming moet doen.

Het is ook voor u als belangenbehartiger voor uw verwant belangrijk om te weten dat protocollen niet heilig zijn. Ze zijn er om te zorgen dat er goede en veilige zorg geleverd kan worden en niet om mensen te belemmeren. Als u voor uw verwant iets belangrijk vindt, en als reactie krijgt dat een protocol bepaalt dat die niet kan of mag, is er alle reden voor een goed gesprek.