Doelen in het zorgplan

De wens van uw verwant is richtinggevend

De WLZ geeft aan dat het zorgplan gericht moet zijn op hoe uw verwant zijn leven wenst in te richten en de ondersteuning die daarvoor nodig is. (zie desgewenst de wettekst). Voor KansPlus betekent dit dat het plan gericht moet zijn op de verbetering van de kwaliteit van leven zoals uw verwant dat ervaart.

Volgens de wet moet de zorgaanbieder de wens van uw verwant volgen, maar de wet geeft ook een paar situaties waarin dat niet hoeft. Dit is onder andere als uw verwant meer zorg nodig heeft in het door hem gewenste leven te kunnen leiden dan de zorgaanbieder op basis van de indicatie kan financieren. De andere situaties is als de zorgverleners vinden dat wat uw verwant wil niet kan volgens hun professionele opvatting. Voor u zijn dit twee lastig te beoordelen situaties. U heeft geen zicht op de geldstroom binnen de instelling en hoeveel geld van het totale budget voor uw verwant voor de directe zorg beschikbaar is. Ook heeft u waarschijnlijk weinig inzicht in de professionele standaard die de zorgverleners hanteren. Mocht u met een dergelijke situatie geconfronteerd worden, dan kunt een beroep doen op het KansPlus Kennis & Adviescentrum voor ondersteuning en advies.

Het doel van doelen

Als is vastgesteld op welke terreinen de kwaliteit van leven van uw kind verbeterd kan of moet worden, moet dit omgezet worden in acties. Deze acties moeten echter niet als losstaande acties of afspraken gezien worden, maar als acties die tot doel hebben de kwaliteit van leven op onderdelen te verbeteren. Dat betekent dat ze een praktisch uitwerking zijn van doelen die geformuleerd worden. Deze doelen geven richting aan het handelen van de begeleiders.
Als acties worden uitgevoerd vanuit een helder doel zullen ze niet allen effectiever zijn, maar wordt de begeleider er ook meer op gericht om bij de actie te kijken of het doel wel of niet bereikt wordt, in plaats van alleen maar te kijken en te rapporteren dat de actie is uitgevoerd.

Eisen die aan de doelen gesteld worden

Kwaliteit van leven is niet een concrete situatie die voor iedereen hetzelfde is. Het is een gevoelskwestie. Dat betekent dat bij het centraal stellen van kwaliteit van leven in het zorgplan, de gevoelens van uw kind in dit zorgplan centraal staan. Het gaat er niet om dat we een concrete omstandigheid in het leven van uw kind veranderen, maar dat we iets doen dat hem op gevoelsniveau gelukkiger maakt.

In veel instellingen worden bijzondere eisen aan de beschrijving van de doelen gesteld. Zo moeten ze heel concreet omschreven zijn, haalbaar, meetbaar zijn. Begeleiders vinden het dan moeilijk om verandering van gevoelens als doel in het zorgplan te formuleren. Dat kan soms tot lastige discussies leiden als u als ouder een meer op beleving gericht doel belangrijk vindt en de begeleiding dit wil inperken tot iets concreets.

Een voorbeeld:
Harry voel zich niet altijd veilig in de huiskamer. Hij wil er eigenlijk wel zijn, maar uit angst voor een huisgenoot trekt hij zich terug in zijn eigen kamer. De ouders van Harry willen dat als doel geformuleerd wordt dat hij zich veilig gaat voelen in de huiskamer. De begeleiders vinden dit niet concreet genoeg en willen hiervan maken: Harry is ten minste twee maal per dag een half uur in de huiskamer.

Het doel dat de begeleiders formuleren haalt de essentie uit het doel van de ouders. Het is misschien wel concreet en meetbaar, maar het is nog maar de vraag of Harry zich gedurende die momenten in de huiskamer werkelijk veilig voelt.
Bij deze discussies is het belangrijk dat u zich niet laat overrompelen en dat vast houdt aan wat u voor uw verwant belangrijk vindt. Vergeet niet dat uw handtekening onder het plan nodig is en dat u daarom best eisen kunt stellen aan de inhoud.

Kwaliteit van Leven

Een bruikbare invalshoek voor doelen in het zorgplan zijn de acht basiswaarden van Kwaliteit van Leven. Iedere basiswaarde op zich kan als doel in het zorgplan geformuleerd worden. Omdat de basiswaarden vrij breed zijn geformuleerd, kunt u het desgewenst iets toespitsen.

Voorbeeld:Johanna heeft naast haar verstandelijke beperking ook een fysieke beperking waardoor ze soms niet kan doen wat ze zou willen. Dit kan haar behoorlijk frustreren en als dat gebeurt reageert ze zich af op haar lichaam met zelfverwondend gedrag.
Vanuit de basiswaarden kan hier het algemene doel geformuleerd worden: Johanna heeft een positieve beleving van haar lichaam.
Omdat dit nog wel erg algemeen is, kan het wat specifieker gemaakt worden door als doel te formuleren: Johanna ervaart haar lichaam niet als een belemmering bij wat ze wil doen.
Dit doel geeft al voldoende richting aan het handelen van de begeleiding. Vanuit dit doel kunt u samen met de begeleiders de acties bedenken die gedaan kunnen worden om het doel ook daadwerkelijk te bereiken. Acties kunnen bijvoorbeeld zijn.

  • aanpassingen of hulpmiddelen aanbieden die ze kan gebruiken
  • op een prettige manier helpen bij handelingen die ze lastig vindt om te doen

Hoeveel doelen?

Behalve ten aanzien van de formulering van doelen, stellen instellingen soms ook eisen aan het aantal doelen dat geformuleerd mag worden in een plan. De achterliggende gedachte is dat het voor begeleiders soms moeilijk is om zich op veel dingen te richten. Er zijn voorbeelden van instellingen waar in een plan slechts drie hoofddoelen geformuleerd mogen worden: 1 voor het wonen, 1 voor de dagbesteding en 1 voor eventueel betrokken behandelaars.  Als die doelen dan ook nog eens in hele concrete termen beschreven moeten worden, wordt het wel heel erg mager.

U hoeft hier niet me akkoord te gaan. Als u voor de kwaliteit van leven van uw kind meerdere belangrijke doelen ziet die niet mogen wachten tot het nieuwe plan dat over een jaar gemaakt wordt, kunt u er op staan dat er meer doelen vastgesteld worden. U weet natuurlijk zelf ook wel dat 12 doelen teveel is en u zult uw eisen best wel reëel houden.