Wet zorg en dwang

Op 1 januari 2020 heeft de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijke gehandicapte cliënten (Wzd) de BOPZ (Bijzondere Opnamen in Psychiatrische Ziekenhuizen) vervangen.  De Wzd regelt hoe met onvrijwillige zorg moet worden omgegaan.

Onvrijwillige zorg is zorg waar de cliënt of diens vertegenwoordiger niet mee instemt of waar de cliënt zich tegen verzet.

Het kan hierbij bijvoorbeeld gaan om:

  • Toedienen van medicatie die van invloed is op de bewegingsvrijheid van de persoon.
  • Toediening van vocht, voeding of medicatie vanwege een lichamelijke aandoening.
  • Maatregelen die tot gevolg hebben dat de vrijheid van de persoon voor korte of langere tijd wordt beperkt.
  • Maatregelen waarmee toezicht wordt gehouden op de persoon
  • Beperking in de vrijheid te doen wat je wil doen of verplicht worden iets te doen wat je niet wilt.

Informatie over de Wet zorg en dwang:

  • Wzd Handreiking voor ouderinitiatieven. Download de brochure via deze link
  • De wet zorg en dwang: informatie voor familie. Ga naar de webwinkel of  of download de brochure direct via deze link
  • De Wet zorg en dwang: informatie voor mensen met een verstandelijke beperking. Ga naar de webwinkel of download de brochure direct via deze link
  • De Wet zorg en dwang: informatie voor mensen met een psychogeriatrische aandoening. Ga naar de webwinkel of download de brochure direct via deze link
  • De Wet zorg en dwang: informatie voor professionals. Ga naar de webwinkel of download de brochure direct via deze link
  • Het Informatiepunt dwang in de zorg op de website van VWS https://www.dwangindezorg.nl/wzd.
  • De brochure ‘Wet zorg en dwang’. In deze brochure staat in eenvoudige taal wat de Wet zorg en dwang (Wzd) betekent. Er wordt gewerkt aan een addendum. Deze komt najaar 2022 beschikbaar. U kunt de brochure en het addendum dan weer bestellen en/of downloaden via de webwinkel.

In het zorgplan wordt de zorg beschreven die een persoon nodig heeft. De wet staat alleen onvrijwillige zorg toe als er geen vrijwillige zorg mogelijk is en als daardoor ernstige schade voor de persoon kan ontstaan. Hieronder wordt  in ieder geval verstaan dat betrokkene:

  • zich maatschappelijk te gronde richt of dreigt te richten;
  • zichzelf in ernstige mate verwaarloost of dreigt te verwaarlozen;
  • ernstig lichamelijk letsel oploopt of dreigt op te lopen dan wel zichzelf ernstig lichamelijk letsel toebrengt of dreigt toe te brengen;
  • met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept;
  • een ander ernstig lichamelijk letsel toebrengt of dreigt toe te brengen;
  • de psychische gezondheid van een ander bedreigt;
  • de algemene veiligheid van personen of goederen bedreigt;
  • ernstig in zijn ontwikkeling wordt geschaad of dreigt te worden geschaad of dat zijn veiligheid ernstig wordt bedreigd, al dan niet doordat hij onder de invloed van een ander raakt.

In de wet staat een stappenplan dat gevolgd moet worden bij het besluiten tot onvrijwilliger zorg.

  • Uitgangspunt is het zorgplan dat binnen 6 weken na aanvang van de zorgverlening moet worden opgesteld en dat iedere 6 maanden moet worden geëvalueerd.
  • Als de begeleiding constateert dat het zorgplan niet meer toereikend is om de goede zorg te bieden, kijkt de begeleider in overleg met een deskundige (meestal de pedagoog of psycholoog) eerst of er andere vormen van vrijwillige zorg zijn die wel goed zijn. Hierbij wordt onder meer gekeken naar:
    • Welk schade kan de persoon oplopen als gevolg van het gedrag?
    • Wat is de mogelijke oorzaak van het gedrag?
    • Welke invloed heeft de omgeving op de persoon en diens gedrag?
    • Welke vormen van vrijwillige zorg zijn mogelijk waardoor de schade voorkomen kan worden?

De cliënt en de vertegenwoordiger kunnen bij dit overleg aanwezig zijn, en zo nodig kunnen nog andere deskundigen worden uitgenodigd.

  • Het zorgplan wordt aangepast. Als geconcludeerd wordt dat onvrijwillige zorg nodig is wordt verder overleg gevoerd met een arts als de zorg betrekking heeft op medisch beleid of met een pedagoog/psycholoog als het gaat om het gedrag van de persoon. De arts, respectievelijk de pedagoog/psycholoog moeten instemmen met de voorgestelde onvrijwilliger zorg. In dit overleg wordt ook gekeken welke nadelige gevolgen er voor de persoon kunnen zijn als gevolg van de onvrijwillige zorg en hoe lang deze onvrijwillige zorg mag duren. IN principe is dat altijd zo kort mogelijk.
    Ook bij dit overleg kunnen cliënt en vertegenwoordiger aanwezig zijn.
  • De cliënt / vertegenwoordiger kunnen een externe deskundige raadplegen voor persoonlijk advies over het zorgplan.